Het leven in een sperzieboon

Doris staart met haar mond vol in het kleine kaarsevlammetje. Haar oren suizen. Zonder zijn blik te ontmoeten  prikt ze nog een stapeltje sperziebonen aan haar vork. Als de grootste boon haar lippen raakt, realiseert ze zich dat haar mond nog volzit. Ze slikt en laat de vork vallen. De bonen springen hulpeloos alle kanten op. “Jezus, had je dit niet eerder kunnen zeggen?”, hoort ze zichzelf zeggen. Karel kijkt naar de bonen op de grond, alsof zijn lot vanaf dat moment aan dat van hen verbonden is. Hij mompelt: “Ik dacht dat je het niet erg zou vinden.”

Ze staat op. De beperkte afstand die het barretje in haar keuken tussen hen verschaft, is plotseling niet meer toereikend en ze leunt met haar rug tegen het aanrecht. Ze durft hem nu aan te kijken. Daar zit hij dan. De man op wie ze haar hele leven had gewacht: goede bos haar, sterke armen, grappig,  ongekende voorliefde voor avontuur ..en voor sperziebonen.

Ze haat sperziebonen. Of ze zijn te rauw en hard, waardoor zelfs de meest subtiele hap een sapexplosie op je tong veroorzaakt. Of ze zijn overkookt melig en smakeloos als een hap zand. Ze doet haar best om het meest recente avontuur van Karel niet voor zich te zien. Het was gewoon gebeurd. In het moment. Het had helemaal niets met haar te maken. Doris kan niets anders dan staren. Ze hadden wel gezegd dat ze elkaar vrij zouden laten, maar ze merkt nu pas dat ze vergeten is de betekenis van die eenvoudige afspraak met haar gevoel af te stemmen.  Ze voelt blind naar de deur van de koelkast en reikt naar binnen om nog een biertje te pakken. Ze biedt hem er geen. “Voel je je schuldig?”

Een semi-academische weerlegging van de term ‘sneeuwpret’

Ik heb besloten. Ik ga niet meer naar buiten zolang er sneeuw ligt. Ik heb zorgvuldig de voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen en het is me duidelijk. Ik begrijp dat normale hardwerkende mensen bepaalde plichten en verantwoordelijkheden hebben. Kinderen moeten naar school, papa en mama moeten geld verdienen en opa en oma moeten koffie drinken bij de Albert Heijn. Ik heb echter de luxe niet tot deze massa te behoren, dus ik blijf binnen. Een heerlijk werkloos, kinderloos, sneeuwloos bestaan.

Ik weet dat sommige mensen smelten bij de gedachte aan sneeuw, maar ik word absoluut niet warm van de gedachte aan sneeuwpoppen en sneeuwbalgevechten. Zelfs niet van sneeuwbalgevechten met sneeuwpoppen. Ik krijg al koude tenen als ik er aan denk. Nu betekent dat overigens niet dat ik niet van sneeuw houd. Ik weet dat dat paradoxaal klinkt, maar ik vind sneeuw prachtig. In een veilige dierentuinachtige setting. De sneeuw zorgvuldig tentoongesteld aan de ene kant van het glas en ik bij een aangename temperatuur van 20 graden met een beker warme chocolademelk aan de andere kant van het glas.

Mijn sneeuwextremisme houdt ongetwijfeld onlosmakelijk verband met de palmstranden in Cuba en de hangmatten in Mexico die de afgelopen maanden mijn geest hebben vergiftigd. Ook het feit dat de temperatuur in mijn jas niet bestand is tegen -15 graden Celsius en ik de trotse bezitter van twee schamele truien ben, speelt wellicht een kleine rol. En dan laat ik mijn profielloze zomerschoentjes nog volledig buiten beschouwing.

Tot slot is sneeuw simpelweg onverantwoord voor een vrouw in mijn conditie. Ho nee, ik ben niet zwanger, maar mijn zorgverzekering gaat door omstandigheden pas in op 1 februari. Ik houd niet zo van complottheorieën, maar het lijkt me wel heel toevallig dat de hemel juist nu helse gladheid over mijn stukje aarde uitstrooit.

Sneeuwpret is een illusie, rijp voor het hersenspinspelhoekje met Sinterklaas, de Paashaas en de Kerstman. Dus dag mooie wereld, ik blijf binnen! Ik zie je weer nadat de zon de sneeuw, met behulp van een portie blubber heeft weggetoverd.

De immer onderschatte vreugde van afscheid

Ook belangrijk. Afscheid nemen van iedereen! Zo vaak mogelijk. En dan nog een keer!

Dan heb ik het trouwens niet over echt afscheid, waarbij je elkaar wanhopig in de armen valt, elkaars schouders doorweekt met tranen en afspreekt dat je goed op jezelf zal passen en iedere dinsdag om 15:10 uur even een sms’je zal sturen. Dat afscheid kan ik niet. Het lukt me simpelweg niet om op dat specifieke moment die sociaal-wenselijke emoties op te roepen. Ik verzand iedere keer weer in een schaapachtige grijns, een verbaasde blik en een halfmoedige armzwaai. Ik hoop altijd maar dat iedereen weet dat ik diep van binnen ontroostbaar in de foetushouding op de badkamervloer lig.

Nee, het afscheid waar ik het over heb zijn feestjes, drankjes, muziek en champagne en kaasstengels om 12:00 uur op een gemiddelde woensdagmiddag! Daar kan ik zo gelukkig van worden, dat ik mijn hele leven wel afscheid zou willen nemen. Afgezien van de gezelligheid, waardeer je al dit soort dingen ook nog eens veel meer als het de (op 1 t/m 10 na) laatste keer is dat de mogelijkheid zich voordoet. De ultieme manier om de sociale sleur te doorbreken.

In alle eerlijkheid moet ik wel zeggen dat in al mijn enthousiasme om afscheid te nemen van iedereen, ik wellicht enigszins doorsla in mijn selectie voor de mensen die hiervoor in aanmerking zouden moeten komen. De vage vakantieliefde van 7 jaar geleden, kan ik bij nader inzien best met terugwerkende kracht van dat lijstje afstrepen, hoewel dat uiteraard niet betekent dat ik niet genoten heb van de ongemakkelijke beladenheid van een eerste weerzien na 5 jaar geen contact.

Ik weet ook wel dat het lachen me uiteindelijk, voor wat betreft het afscheid nemen, zal vergaan. Maar voor nu heb ik drie reacties, als mensen prematuur dramatisch gedrag beginnen te vertonen:

  1. “Ik ga nog lang niet weg. Pas over drie weken!” Ik weet dat ongetwijfeld vol te houden tot :”Ik ga pas over drie uur!”. Wellicht dat ik bij “ik ga pas over drie minuten”, een goedbedoelde klap voor mijn hoofd krijg.
  2. “Misschien ben ik over een paar weken wel weer terug”. Hoewel ik best weet dat mijn ongeplande reisduur bij de meeste mensen verwachtingen van een paar jaar oproept, vind ik dat ik het best mag gebruiken om mijn afscheid te bagatelliseren
  3. En mijn favoriet: “Je komt me toch opzoeken?!”

Ik kijk nu al uit naar het afscheid van iedereen die me komt opzoeken en ook het ontmoeten en afscheid nemen van nieuwe mensen. Ik kan dan gewoon weer fijn helemaal opnieuw beginnen! Sleurproof.