Palmboom gelukkigheid

6 mei, 17.00 lokale tijd, Aeropuerto Internacional de Cancún. Wachtend op mijn backpack bij de bagageband staar ik zonder al te veel aandacht voor mijn omgeving voor me uit. Zo’n lange vlucht maakt me altijd enigszins stoicijns en in mezelf gekeerd.

De aanblik van mijn backpack doet me uit mijn gedachten opschrikken. Mooi! Ik ben er. Mijn spullen zijn er. Alles verloopt voorspoedig. Terwijl ik met de nodige inspanning mijn backpack om mijn rug hijs, kijk ik voor het eerst sinds 12 uur eens rechtt om me heen. Nog meer jonge meisjes moederziel alleen op dit vliegveld? Hoewel ik 26 ben, lijk ik mezelf soms nog steeds als klein meisje te zien. Andere mensen ook trouwens. Ik zie wel een paar meisjes van ongeveer mijn leeftijd. Geen van hen is alleen, Stiekem ben ik trots op mezelf.

Mijn Lonely Planet heeft mij in het vliegtuig verteld dat er twee manieren zijn om in het centrum van Cancún te komen. Een bus of een taxi. Klinkt logisch. De bussen gaan 2x per uur en taxi’s gaan uiteraard wanneer je maar wil. Dus ik wil een bus.

Zelfverzekerd loop ik het vliegveld uit en knal hard tegen een muur van hitte op. Ik had kunnen bedenken dat ik die trui beter uit had kunnen doen. Nu is het te laat, want die backpack gaat niet meer af voordat ik mag zitten. Ik begin te lopen en wordt onmiddelijk belaagd door een zwerm taxichauffeurs. Dapper prevel ik ‘No gracias, no gracias’. Maar waar is een bus? Waar is een bushalte? Waarom is het zo warm? Waarom heb ik een trui aan? Mijn zelfverzekerheid begint te smelten en dan besluit ik toch maar een taxi te nemen. Ik mag mezelf best wel een klein beetje verwennen na zo’n lange vlucht, toch?

In de taxi, turend uit het raam naar een strakblauwe lucht opgefleurd met palmbomen, word ik overspoeld door een golf van voldoening en tevredenheid. Ik ben in Mexico! Met een grijns van oor tot oor loop ik na een half uur mijn eerste hostel binnen. En na nog eens 10 minuten heb ik de eerste cocktail voor mijn neus staan. Mijn avontuur kan beginnen!

Alleen naar het grote boze Mexico

Ik kan me zijn bezorgde blik nog goed herinneren.. “Pap, ik ga weer op reis. Alleen. Naar Mexico. Wellicht ook Guatemala. Misschien ook de rest van Centraal-Amerika. Mijn ticket is al geboekt.”

Soms weet je gewoon dat je bepaalde gedachten pas moet delen, als die gedachten al feiten zijn geworden. Die zorgelijke blik die vaders kunnen hebben, had maar zo mijn plannen waar ik zo enthousiast over was, om zeep kunnen helpen. “Ja, je hebt gelijk, Mexico is misschien wel erg gevaarlijk. Niemand wil 50 jaar vastzitten voor drugssmokkel of aangerand worden door een groep enthousiaste latino’s. Laat ik naar België gaan. Die Vlaamse frieten hebben toch ook een zekere culturele aantrekkingskracht.”

Maar je wilt niet altijd verstandig en zo veilig mogelijk leven. Ik in ieder geval niet. Na drie jaar vol verantwoordelijkheidsgevoel een fijne kantoorbaan te hebben gehad, was het voor mij tijd voor een nieuwe uitdaging. Ik wilde het tegenovergestelde van zekerheid en comfort en vooral nieuwe ervaring en avonturen.

Met een vliegticket, €4000,-, zonder plan, maar met een Lonely Planet, vloog ik op 6 mei naar Cancun, Mexico. Ondanks vage beloftes aan het thuisfront: “Ik zal niet naar Guatemala gaan. Dat is wel erg gevaarlijk.” “Ik zal ervoor zorgen dat ik nooit alleen reis.””Ik houd jullie van alles op de hoogte via mijn reisblog!”, was wat mij betreft alles mogelijk.

Hoe kon ik weten dat die keuze zo’n invloed zou hebben op al mijn gedachten, gevoelens en voorstellingen van hoe mijn leven eruit zou moeten zien?

Zinnenprikkelend verrast worden. Liever niet.

Een paar dagen geleden kwam ik een advertentie tegen. Een aankondiging voor een avond ‘zinnenprikkelend daten’. Ik dacht dat daten altijd zinnenprikkelend behoorde te zijn of anders op zijn minst zinINprikkelend.  Als de zin of de zinnen echter zo benadrukt worden, dan is er vast iets aan de hand, dus mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

De uitleg begint met:

‘Meerdere ontmoetingen op één avond met steeds een nieuwe vrijgezel in een andere ruimte.’

Het woord ruimte geeft me al rillingen. Wat voor ruimte is dat dan? En ben je alleen met die persoon? Wordt de deur op slot gedaan? Twee gewillige vrijgezellen in een ruimte doen mij onmiddellijk denken aan een motel met roze neonverlichting langs de snelweg. Of van die highschoolspellen waarbij twee tieners in een kast worden opgesloten. Het heeft ook iets claustrofobisch.  Met sommige mensen kan een ruimte niet groot genoeg zijn!

Genoeg horrorscenario’s. Ik lees verder:

‘Elke ruimte heeft een eigen verrassende activiteit.’

Een rilling loopt langs mijn rug. Dus ik word met een onbekende persoon in een onbekende ruimte gestopt om een voor mij onbekende doch verrassende activiteit uit te voeren. Iets  dat niet voor de hand ligt. Waar ik nog nooit eerder over na heb gedacht. Ik denk aan activiteiten die me zouden verrassen in een afgesloten ruimte met een onbekend persoon. Ik kan plotseling maar weinig verrassingen bedenken, waarbij ik niet vastgebonden word. Gelukkig heb ik daar nu aan gedacht en zal zelfs dat me niet verrassen.

‘Er wordt afgesloten met een gezamenlijke borrel.’

Ik ben een groot aanhanger van de overtuiging dat drank alle wonden heelt, dus het lijkt me zeker verstandig om deze totaalervaring af te sluiten met veel alcohol. Een goed alternatief zou zijn om te starten met de alcohol. Om de scherpe randjes van de verrassingen te halen.

‘Deelnemers betalen 17,50 euro (inclusief 1 consumptie).’

Ok, ik geef toe. Dit is een hele flauwe analyse van waarschijnlijk een heel leuk initiatief en ik houd gewoon ook niet van georganiseerd daten. Maar haakt niet iedereen af bij zoveel onduidelijkheid?  ‘Je gaat iets doen met iemand ergens en het kost €17,50.’ Dan kun je bijna net zo goed in een drukke winkelstraat gaan staan met een kartonnen bord met de tekst: ‘Neem me mee. Ik ben vrijgezel.’  Minstens zo verrassend en een stuk goedkoper.

De beste vraag is een strikvraag

Als single met een missie ben je gedoemd om veel nieuwe mensen te ontmoeten. In een rooskleurig geschetst scenario van de werkelijkheid is dit een enerverende weg naar een onuitputtelijke bron van de allerbeste vrienden, maar in de daadwerkelijke werkelijkheid blijkt dit vaker een uitputtende slijtageslag in een wereld van clichés en zich tot in de eeuwigheid herhalende vragenreeksen.

Dit gesprek zal je bijvoorbeeld ongetwijfeld bekend voorkomen:

  • ‘Dus, wat voor werk doe je?’
  • ‘Ach gut, wat leuk dat je het vraagt. Ik werk op de lokale vuilstortplaats in Nijkerk. Ik draag zorg voor de correcte afhandeling van klachten over stankoverlast.’
  • ‘Oh joh, dat is interessant! Heb je daar ook een opleiding voor gevolgd?’
  • ‘Nee helemaal niet! Heel gek verhaal. Ik ben volledig gecertificeerd nagelstyliste en ben maar zo toevalligerwijs in de afvalbusiness ingerold. Heb nooit meer iets anders gewild!’

Persoonlijk vind ik het vreselijk om over werk en opleiding te praten. Wat zegt dat nou over hoe iemand in het leven staat? Je kunt een boekhouder zijn, die in het weekend op Texel met een parachute uit een vliegtuig springt. Je kunt een advocaat zijn, die het liefst zijn volledige salaris uitgeeft aan pizza en prositituees of je kunt een receptioniste zijn die droomt van een bed & breakfast in de jungle van Brazilië. Toch vragen wij het liefst met zijn allen naar iemands werk en opleiding om op die manier iemand veilig in een hokje te kunnen stoppen en een kant en klaar vooroordeel te kunnen vellen.

Ik vraag het liefste naar iemand zijn beste avontuur. Stiekem is dat ook een strikvraag, want het verschilt nogal wat iemand als avontuurlijk beschouwt. Maar zo’n strikvraag is ook uitermate informatief. Het vertelt je namelijk alles over hoe iemand in het leven staat. Het zegt alles of iemand antwoordt met: ‘mijn grootste avontuur beleefde ik met mijn jeugdliefde Katinka, waar ik op 17-jarige leeftijd mee getrouwd ben, maar die helaas na 25 jaar besloot toch liever met een kat op schoot geraniums te zien groeien’ of ‘één van mijn grootste avonturen beleefde ik drie weken geleden toen ik voor het eerst in mijn leven ging basejumpen in de Himalaya’.  Snap je mijn punt? Deze laatste man mag wat mij betreft archivaris of havenarbeider zijn, ik vind hem gaaf!

Ook zit je met zo’n vraag meteen in een leuk origineel gesprek, want je praat meteen over wat iemand geweldig vindt, zonder dat je eerst 25 open deuren plat hebt moeten stampen. Ook bespaar je een hoop tijd, want zonder de beleefdheidsvragen ben je ook nog eens een stuk sneller bij de mogelijke desillusie aanbeland. Handig toch?

Two mothers

Gisteravond heb ik een film gekeken. De film heette Two Mothers of Adore of Two Grandmothers, dat is me nooit helemaal duidelijk geworden. Het feit dat je niet eens met zekerheid kan vaststellen wat de titel van een film is, moet natuurlijk al alle alarmbellen laten afgaan en dat is ook precies waarom ik de film wilde kijken.

Two Mothers, laten we de film voor het gemak zo noemen, gaat over twee Australische vrouwen en hun hopelijk volwassen zonen. De vrouwen zijn al van jongs af aan bevriend en hebben zoals vriendinnen dat doen tegelijkertijd een kind gekregen. Dat is natuurlijk buitengewoon handig omdat je dan alle zwangerschaps- en opvoedkundige perikelen kunt delen. En voor de moeders in Two Mothers bleek nog een groot voordeel. De zonen groeiden op tot perfect gevormde surfhunks met een voorliefde voor de beste vriendin van hun moeder. In exact hetzelfde weekend ontbloesemden de twee relaties en hoewel heus wel even stil werd gestaan bij dat het eigenlijk toch echt niet kon, volgden toch vooral veel shots van een vlot in de zee waar de vier lichamen tevreden gedrapeerd lagen.

Ik moet toegeven dat het me wel aan het denken heeft gezet. Het baren van een lover voor je beste vriendin is natuurlijk wel het ultieme vriendschapsoffer. Bovendien een op maat gemaakte oplossing voor allerhande singleproblematiek. Het vergt de nodige voorbereiding, opoffering en toewijding, maar dan heb je toch ook zeker wat. En dit soort inventitiveit met betrekking tot de zoektocht naar of zelfs in dit geval de creatie van je ideale man is applauswaardig, al zeg ik het zelf.

Onwillekeurig ben ik na alle nieuwe inzichten door het kijken naar deze film, gaan nadenken over mijn eigen situatie. Ik ben nu 28. Tegen de tijd dat iemand een kind voor mij gebaard heeft ben ik minstens 29. Tegen de tijd dat ik een relatie mag beginnen met het nog ongeboren kind, ben ik 47. Verschillende vragen spoken door mijn hoofd:

  1. Wat heb ik op mijn 47e te bieden aan jongen van 18? (wat heb ik nu te bieden aan een jongen van 18?)
  2. Wat heeft een jongen van 18 mij te bieden op mijn 47e? (wellicht makkelijker te beantwoorden)
  3. Wat als de offerzwangerschap een meisje oplevert? (ik denk: Game of Thrones)
  4. Heb ik überhaupt vriendinnen die dit voor me zouden willen doen? (..)
  5. Hoe groot is de kans dat zij aantrekkelijke zonen kunnen produceren? (..)

Zo veel vragen zo weinig antwoorden. Ik parkeer deze optie nog maar even in de ijskast voor wanhopigere tijden.

Te ruil aangeboden: twee kinderen voor één partner

Je kinderen zijn het belangrijkste op de aardbol. Je gaat voor ze door het vuur, je zou je hand voor ze in het vuur steken en zonder een sprankje twijfel zou je al je organen aan ze afstaan. Je geeft ze alles en ze gaan voor alles! Maar wat nou als je kinderen al 22 en 24 zijn, jij je tweepersoonsbed al lang geleden hebt verruild voor een smallere versie, maar je nog steeds iedere dag in de rij moet staan om je tanden te poetsen in de badkamer?

En hoe vind je ooit een nieuwe partner, als je volwassen kinderen nog steeds bij je in huis wonen? Ik zie het allemaal gebeuren bij een goede kennis van mij. Na ongeveer twee jaar vrijgezel te zijn geweest, vindt hij het stiekem wel weer mooi geweest met dat single leven. Begrijp me niet verkeerd, hij verveelt zich niet. Hij heeft genoeg hobby’s en bezigheden om nooit meer aan een vrouw te hoeven denken, maar zo werkt dat helaas niet. Ook al zit hij met 200 km per uur op de motor, met een biertje op de tennisclub of met zijn neus diep begraven in een goed boek, hij zou het liever een beetje verliefd doen.

Maar ja, hoe werkt dat dan? Als hij een vrouw mee naar huis neemt, moet hij haar meteen aan de kinderen voorstellen. Ik heb zelf gelukkig geen kinderen, maar dat lijkt me toch een soort van ‘aan je ouders voorstellen’ in het kwadraat. Tegelijkertijd is de auto misschien een maatje groter geworden de afgelopen jaren, maar de botten en gewrichten ook net wat minder soepel.

Los daarvan wil hij natuurlijk gewoon geen pottenkijkers! Hij heeft helemaal geen privacy als hij iedere minuut van de dag verantwoording af moet leggen aan zijn onzelfstandige koters. Hij heeft geen gelegenheid of rust om op zijn gemak nieuwe mensen te leren kennen, te experimenteren of een keer iets geks te doen, als hij iedere avond stipt om half 6 aan de eettafel verwacht wordt.

Dus blijft hij alleen. Alleen met zijn kinderen natuurlijk. Kinderen die, hoewel ze onzelfstandig zijn, wel eigen levens leiden. Kinderen die niet gezellig iedere avond met hem op de bank zitten goede gesprekken te voeren of leuke films te kijken. Kinderen die misschien best wel eens een biertje met hem willen drinken, maar die toch net niet echt de leegte, die ze mede-creëren, vullen.

Dus wat is de oplossing? Kinderen met twee maanden opzegtermijn het huis uit kieperen? Die kinderen wonen natuurlijk ook niet voor niets nog bij hun vader en het zijn zijn kinderen! En kinderen gaan voor alles! Maar ook voor zijn eigen geluk? Moet hij zijn eigen leven op pauze zetten om zijn kinderen te helpen? En zo ja, hoe lang en ten koste van wat?

Persoonlijk vind ik dat die kinderen hem, na zo’n 20 jaar uitmuntend vaderschap, wel een beetje geluk mogen gunnen en langzaam aan hun koffers wel zouden mogen pakken.. Wat vinden jullie?

Samenwonen zonder seks alsjeblieft

Singles worden gediscrimineerd. Hoewel we al jaren in de 21e eeuw wonen, houdt onze wet- en regelgeving en de gemiddelde woningcoörporatie er nog vooroorlogse idealen op na.

Het is al geruime tijd bekend dat het aantal huishoudens in Nederland de komende decennia fors zal toenemen. Dit is onder andere te wijten aan het groeiende aantal mensen dat niet meer bereid is iedere nacht zijn bed met dezelfde persoon te delen. De singles!  Steeds meer éénpersoonshuishoudens zorgen ervoor dat de hele huurmarkt in paniek raakt en jonge singles blijven uit pure wanhoop maar tot hun 38e bij hun ouders of op kamers wonen.

En zelfs als je het wel kan betalen, wie wil nou een éénpersoonshuishouden? Iedere avond alleen met je bordje eten op schoot voor de televisie. Een kat uit het asiel halen, zodat je tegen iets aan kan praten. Nooit meer thuis willen zijn, omdat de muren op je af komen. Serieus, wie wil dat nou? Maar wat moet je anders als je bij voorkeur alleen of iedere nacht met iemand anders in bed ligt?

Precies! Wonen met een vriend of vriendin! Nou, dat dacht een goede vriendin van mij ook. Na bijna 17 jaar samen, besloten zij en haar vriend in goed overleg uit elkaar te gaan. En dan bedoel ik echt bizar goed overleg! Op harmonieuze manier worden alle spullen verdeeld, ze plannen een heus afscheidsfeest en een huizenruil tussen ex-vriend en goede vriendin zou ook dat potentiële probleem feilloos tackelen.

Dus, iedereen blij! Vriendin kan in het huurhuis blijven wonen met een goede vriendin en ex-vriend gaat wonen in het huis van de goede vriendin. Hoppakee! Is het leven ooit zo makkelijk geweest? Nee dus. De woningcoörporatie vertrouwt singles namelijk niet. Wil je samen een huis huren? Dan moet je een duurzaam samenlevingsverband aantonen. En dan moet volgens de woningcoörporatie op zijn minst de schijn van een seksleven bestaan, de zogenaamde liefdesrelatie. Het maakt ze niet uit dat tegenwoordig de gemiddelde vriendschap heel wat duurzamer is dan de gemiddelde relatie.

Gefeliciteerd Nederlandse samenleving! Weer een probleem gecreëerd. Twee ongelukkige daklozen erbij. En waarom? Wat maakt het uit of twee goede vrienden een paar jaar samenwonen of twee verliefde tortelduifjes? Bijna niets is meer voor altijd. Daarvoor is tegenwoordig te veel mogelijk. Dus laten we dan ook niet doen alsof.

Mannen zoals mannen ooit bedoeld zijn

Nederlandse vrouwen kennen tegenwoordig alleen nog de verhalen. Verhalen over mannen die openlijk van vrouwen houden. Mannen die vrouwen schaamteloos nafluiten op straat vind je alleen nog in de bouwput. En mannen die vrouwen proberen te veroveren in een bar met slechte openingszinnen en liters alcohol, behoren tot een duister holbewonersverleden.

In Nederland zijn mannen en vrouwen gelijk. Alle rekeningen worden netjes gedeeld, een vrouw doet zelf alle deuren open, schuift haar eigen stoel aan en als ze het koud heeft in die mooie, maar belachelijk blote jurk, dan heeft ze pech. Had ze maar een comfortabele trui aan moeten trekken, want jasjes worden niet meer afgestaan. De Nederlandse man is geëmancipeerd en kijken niet meer op of om naar de gemiddelde vrouw. Doen ze andersom toch ook niet? Noem me ouderwets, maar ik houd er niet van.

Gelukkig kun je als Nederlandse vrouw nog op vakantie. Naar Italië bijvoorbeeld. Zo ging ik twee weken geleden naar Sicilië, om dan maar meteen het meest zuidelijke warmbloedige deel van de mensheid op te zoeken. Je merkt het verschil, zodra je het vliegtuig uitstapt. Schaamteloos starende blikken. Eén op de drie terloopse gesprekken loopt uit op een flirt en flink veel vieze knipogen. Vreselijk natuurlijk! Hebben die mannen zichzelf dan helemaal niet in de hand? Get a grip! Dat gedrag kan natuurlijk echt niet. Je mag vrouwen absoluut niet als lustobject beschouwen. En toch doet het stiekem wonderen voor mijn ego en wens ik in het geniep dat Nederlandse mannen toch ook maar een beetje meer zo waren.

Italiaanse mannen zijn nog mannen, zoals mannen ooit bedoeld zijn. Een beetje fout en vies, maar dan wel oprecht.  Terug op het vliegveld In Nederland is het contrast schrijnend. Geen enkel hoofd draait, geen enkele blik dwaalt af en geen mond die fluit. En begrijp me niet verkeerd, dit is geen klaagzang over de Nederlandse man (stiekem wel, maar niet uitsluitend), vrouwen zijn minstens zo erg. We zijn gewoon in alle opzichten een lekker koud kikkerlandje.

Lekker online daten na de afwas

Laten we het eens hebben over datingsites. Iedere single is tegenwoordig wel eens geconfronteerd met op zijn minst de suggestie van een datingsite. Als je langer dan twee maanden single bent, dan kun je het blijkbaar niet alleen en kun je wel een beetje digitale ondersteuning gebruiken.

Dus dan bewandel je een datingsite. Om te beginnen moet je dan bedenken welke datingsite, maar eigenlijk maakt dat allemaal niet zo bijzonder veel uit. Laat het lot der Google beslissen en kies voor de zoekoptie: ‘I’m feeling lucky!’ Wedden dat dat al helpt?

Maar nadat je dan drie en een halve week je tijd hebt verspild aan het creëren van een prachtig uitgebalanceerd profiel op zo’n datingsite, is het tijd voor het echte werk: menselijk contact! Digitaal dan, want we willen niet te hard van stapel lopen met ons broze gevoelsleven.  Dus op dinsdagavond, nadat je de laatste restjes sperziebonen van je bordje hebt afgewassen, ga je achter de computer zitten en stroop je je mouwen op.

‘Karel’ heeft je een berichtje gestuurd en hij is online! Jullie praten over dat jullie allebei nog cybermaagd zijn, over de abdicatie van oud-koningin Beatrix en nog een aantal onderwerpen  waar je tenen van omkrullen. Je wilt dit helemaal niet, maar Karel is best sympathiek. Waar kan je het nog meer over hebben? Iets persoonlijkers? Kon je zijn gezicht er maar bij zien, dan kon je een beetje inschatten of hij op deze informatie zit te wachten.

Mijn punt is: ik vind dat chatten maar leeg. Ik heb slechts een zeer beperkte behoefte om mijn gevoelsleven met een lichaamstaalloos fenomeen te delen en ik voel nog minder behoefte om mijn hoofd te vullen met gezichtloze persoonlijke drama’s en overwinningen. Ik denk dat je gewoon binnen maximaal 15 minuten moet besluiten of je met iemand af wilt spreken. En als je dan gewoon goede hardloopschoenen aantrekt, dan komt het altijd wel goed.

‘Ik heb iemand anders ontmoet’

Je kent dat wel. Je hebt een man leren kennen en al geruime tijd spreken jullie af, sturen jullie elkaar ondeugende smsjes en ontpoppen er zich levensgrote vlinders in je buik. Het leven lacht je toe en de gedachte aan jullie ontluikende liefde heeft je al meerdere keren wilde dromen bezorgd.

Tot plotseling zijn naam bovenin je mailbox prijkt met het onderwerp: ‘sorry’ Je durft eigenlijk niet te kijken, want niets dat begint met ‘sorry’ en is verpakt een e-mail, kan met goed nieuws eindigen. Dan overwin je je angst en lees je de allesvernietigende woorden: ‘het spijt me, ik heb iemand anders ontmoet’. De rest van de uitleg in de e-mail had net zo goed Chinees kunnen zijn. Met een keiharde knal spat de droombubbel over die reis naar Brazilië uit elkaar en je eierstokken beginnen oorverdovend hard te rammelen. Je emoties spuien gedachten als: ‘Waarom!? Het leek zo mooi! Hij had de vader van mijn kinderen moeten worden!’ Maar je bent vooral boos! Boos op die smeerlap! ‘Wie denkt hij wel niet dat hij is?’ Jou weken- of maandenlang aan het lijntje houden, terwijl hij in de tussentijd lekker zijn ogen openhoudt of er iets beters voorbij komt.

Je wilt direct op zijn e-mail reageren. Uiteraard iets met de strekking dat hij deze vuile dolksteek op zijn minst recht in je gezicht had mogen geven. Dat hij een lafaard is en je gebruikt heeft en dat je dat nieuwe wijf van hem nog heel veel succes wenst met een loser als hij. Je fantaseert over hem tegen komen in de kroeg om dan een sloot bier in zijn gezicht te gooien. Eén ding weet je zeker: deze man is pure evil. Een directe afstammeling van de duivel en de brandende lavastromen in de hel zijn nog geen straf genoeg voor hem.

Totdat opnieuw een paar weken of maanden verstreken zijn en je weer een nieuwe leuke man hebt ontmoet. Af en toe denk je nog eens terug aan die sukkel. Jullie pasten ook eigenlijk helemaal niet bij elkaar. Hij hield van thuis televisie kijken en jij houdt van bier drinken in de kroeg. Het is maar goed dat het nooit iets tussen jullie is geworden.

Hey, verhip! Is dat niet precies dezelfde conclusie die hij twee maanden geleden al trok toen hij zelf iemand anders ontmoette?