Onvoorziene arbeid en lichtgewicht herinneringen

Waarom lijkt je hoeveelheid spullen altijd exponentieel te groeien als je gaat verhuizen? Zo’n negen maanden geleden verhuisde ik naar mijn kamer van 14 m2. Ik kreeg er een volledig ingerichte huiskamer, keuken en badkamer bij. Veel noodzaak om mijn eigen spullen uit te pakken voelde ik dan ook niet. Met als gevolg dat ik vijf van de acht verhuisdozen nooit heb uitgepakt en mijn enige drie uitgestalde meubelstukken een bed, een kast en een tafel waren. Een soort sober ingerichte gevangeniscel.

Gezien bovenstaande, kun je je mijn verbazing voorstellen, nu ik al bijna twee volle dagen bezig ben met ontschroeven, inpakken en sjouwen. Ik heb het  ernstige vermoeden dat mijn armen minstens 5 cm langer zijn geworden. Of anders in ieder geval 5 kilo zwaarder, want ik kan ze niet meer boven mijn hoofd tillen. In mijn beleving moet schroeven uit een meubelstuk draaien  minder zwaar zijn dan schroeven in een meubelstuk draaien. Net zoals dat de trap aflopen minder zwaar is dan de trap oplopen. Blijkbaar heb ik geen verstand van schroeven. Of trappen.

Wellicht dat ik positiever zou kunnen zijn over het onderwerp verhuizen, als het al klaar zou zijn. Alles valt mee als het achter de rug is. Er vanuitgaande dat alles geen permanente psychische of lichamelijke schade heeft aangericht. Maar ik heb nog ruim de tijd om psychische en lichamelijke schade op te lopen, want het daadwerkelijke verhuizen mag nog beginnen. Een doldwaas feest, met als eregasten een boedelbak, een behulpzame chauffeur en beschikbare zolderruimte. De vele nauwe trappen had ik er liever niet bij gehad, maar je hebt het duidelijk niet voor het zeggen met zo’n verhuizing.

Er is wel één groot voordeel bij deze onderneming. Ik heb een groot talent voor dingen wegdoen! Ik hecht geen emotionele waarde aan spullen. Zelfs niet aan hele persoonlijke spullen, zoals foto’s of cadeaus. Hoewel dat misschien eerder een gebrek, dan een talent is? Ik weet het niet. Wat betreft cadeaus, vind ik het gebaar belangrijker dan het cadeau zelf. En wat betreft foto’s.. Ik heb liever herinneringen.

Daar lig ik dan. Op een matras in een slaapzak in een kamer zonder spullen, met herinneringen. Gelukkig zijn herinneringen het allermakkelijkst om te verhuizen. Tijd om voor de laatste keer hier mijn ogen dicht te doen. Over officieel drie dagen woon ik hier niet meer.

De immer onderschatte vreugde van afscheid

Ook belangrijk. Afscheid nemen van iedereen! Zo vaak mogelijk. En dan nog een keer!

Dan heb ik het trouwens niet over echt afscheid, waarbij je elkaar wanhopig in de armen valt, elkaars schouders doorweekt met tranen en afspreekt dat je goed op jezelf zal passen en iedere dinsdag om 15:10 uur een sms’je zal sturen. Dat afscheid kan ik niet. Het lukt me simpelweg niet om op dat specifieke moment die sociaal-wenselijke emoties op te roepen. Ik verzand iedere keer weer in een schaapachtige grijns, een verbaasde blik en een halfmoedige armzwaai. Ik hoop altijd maar dat iedereen weet dat ik diep van binnen ontroostbaar in de foetushouding op de badkamervloer lig.

Nee, het afscheid waar ik het over heb zijn feestjes, drankjes, muziek en champagne en kaasstengels om 12:00 uur op een gemiddelde woensdagmiddag! Daar kan ik zo gelukkig van worden, dat ik mijn hele leven wel afscheid zou willen nemen. Afgezien van de gezelligheid, waardeer je dit soort dingen ook nog eens veel meer als het de (op 1 t/m 10 na) laatste keer is dat de mogelijkheid zich voordoet. De ultieme manier om de sociale sleur te doorbreken.

In alle eerlijkheid moet ik wel zeggen dat in al mijn enthousiasme om afscheid te nemen van iedereen, ik wellicht enigszins doorsla in mijn selectie voor de mensen die hiervoor in aanmerking zouden moeten komen. De vage vakantieliefde van 7 jaar geleden, kan ik bij nader inzien best met terugwerkende kracht van dat lijstje afstrepen, hoewel dat uiteraard niet betekent dat ik niet genoten heb van de ongemakkelijke beladenheid van een eerste weerzien na 5 jaar geen contact.

Ik weet ook wel dat het lachen me uiteindelijk, voor wat betreft het afscheid nemen, zal vergaan. Maar voor nu heb ik drie reacties, als mensen prematuur dramatisch gedrag beginnen te vertonen:

  1. “Ik ga nog lang niet weg. Pas over drie weken!” Ik weet dat ongetwijfeld vol te houden tot :”Ik ga pas over drie uur!”. Wellicht dat ik bij “ik ga pas over drie minuten”, een goedbedoelde klap voor mijn hoofd krijg.
  2. “Misschien ben ik over een paar weken wel weer terug”. Hoewel ik best weet dat mijn ongeplande reisduur bij de meeste mensen verwachtingen van een paar jaar oproept, vind ik dat ik het best mag gebruiken om mijn afscheid te bagatelliseren
  3. En mijn favoriet: “Je komt me toch opzoeken?!”

Ik kijk nu al uit naar het afscheid van iedereen die me komt opzoeken en ook het ontmoeten en afscheid nemen van nieuwe mensen. Ik kan dan gewoon weer fijn helemaal opnieuw beginnen! Sleurproof.

271 dagen verder

Met mijn ziel onder mijn arm sta ik op Schiphol. 100 dagen reizen en drie keer met je ogen knipperen en het is weer voorbij. Vanaf mijn strategisch gekozen positie bovenop mijn backpack, zie ik op een paar meter afstand mijn welkomstcomité verwachtingsvol naar de gate staren. Blijkbaar was ik vroeg, want toen ik 10 minuten geleden de bagagehal uitliep, waren ze daar nog niet. Ik blijf nog even zitten om een grote glimlach op mijn gezicht te toveren. Ik zucht een keer diep en takel mijn backpack voor de laatste keer op mijn rug. ‘Hallooo iedereen! Ik ben er weer!’

Mijn ziel zit inmiddels weer op de juiste plek (waar dat ook moge zijn) en ik ben al weer 271 dagen ouder! Sinds die neerslachtige ochtend op Schiphol, heb ik een flink aantal knopen doorgehakt, schepen verbrand en varkentjes gewassen.

  1. Voorgenomen studieplannen: geannuleerd
  2. Baan als gewillige loonslaaf: geregeld
  3. Status spaarvarken: vettig gemest

Met als ultiem doel: een doelloze reis voor onbepaalde tijd! Over precies vier weken vlieg ik naar San Francisco, om twee weken later door te vliegen naar Midden-Amerika. Ik ben al bijna in opperste staat van paraatheid. Per 1 mei werkeloos. Per 1 juni dakloos. Per 11 juni bezittingloos. Wat wil een mens nog meer?

Als ik mijn bestofte backpack onder mijn bed zie liggen, dan word ik al gelukkig. In mijn hoofd heb ik hem al 25 keer ingepakt en mijn kleren hebben inmiddels al in de gaten wie uitverkoren zijn om met mij de maandenlange slijtageslag aan te gaan. Ik moet nog een paar dingen regelen:

  1. Mijn reisverzekering dekt slechts zes maanden in het buitenland. Gezien ik geen flauw idee heb hoe lang ik wegblijf, doe ik er misschien verstandig aan dit te verlengen tot minstens een jaar.
  2. Mijn paspoort verloopt eind 2012. Ook handig om te verlengen. Niemand wil zijn identiteit verliezen in Mexico.
  3. Eventuele spuiten in mijn arm laten zetten. Ik vermoed dat ik op rabiës na, overal tegen beschermd ben, maar dat is wellicht nog het controleren waard.
  4. De huisarts laten controleren of mijn antibabyhekwerk (lees: spiraaltje) goed is geïnstalleerd. Vooralsnog zie ik baby’s als de ergste seksueel overdraagbare aandoening die ooit bedacht is, dus dat moet goed geregeld zijn.

En couchsurfen! Ik wil heel graag couchsurfen in San Francisco! Ik ben nog een absolute beginner op het gebied van couchsurfen. Ik heb op willekeurige plaatsen de nacht doorgebracht, maar dat valt vermoedelijk niet in de categorie couchsurfen. Surfend op de couchsurfwebsite, besef ik me plotseling dat ik een hekel heb aan meisjes. Nou ja, misschien niet een hekel, maar een meisje begint bij mij met zo’n 50% achterstand op een jongen. Dat is meteen mijn verklaring, waarom mijn vrouwelijke vrienden zo ontzettend gaaf zijn.

Het komt er dus op neer dat ik niet bij een meisje wil couchsurfen. Ik houd niet van winkelen. Heb geen talent voor nagels lakken en ben allergisch voor romantische komedies. Hoewel ik me er volledig van bewust ben, dat ik denk in clichés, verandert dat helemaal niets. Ik wil couchsurfen bij jongens, want jongens zijn makkelijker, ondernemender, grappiger en gezelliger. En of het ook veiliger is? Ach, het leven is één groot avontuur. Of dat behoort het in ieder geval te zijn.

Kortom, nog genoeg voorpret te beleven. Ik kan niet wachten totdat ik weer op Schiphol sta, met een glimlach op mijn gezicht en een backpack op mijn rug.

De groepsreis

Iedereen weet eigenlijk wel hoe dat werkt. Een paar dagen (in sommige gestructureerde, chaosvermijdende hoofden een paar weken), voordat je vader jarig is begin je je plotseling af te vragen wat 58-jarige vrijgezelle mannen leuk vinden.

En opeens, krijg ik het perfecte idee: mijn vader mag op vakantie! Mijn vader mag uiteraard niet ieder jaar op vakantie van mijn geld, maar ik vind dat je eens in de zoveel tijd wel eens groots uit mag pakken.

Na ook de rest van de familie zo ver te hebben gekregen hun spaarvarken om te brengen, begin ik een grootse zoekactie met mijn beste vriend Google. Eerste zoekwoord: ‘groepsreis’. Het woord komt, zonder ook maar een enkele hersencel te vermoeien, moeiteloos mijn vingers uitgetypt. Al snel begin ik echter na te denken over de nietszeggendheid van het woord ‘groepsreis’. Een groep is eigenlijk niets meer dan een eventueel willekeurige verzameling aan mensen.

Maar wie zijn die mensen dan? Ik kan mijn vader niet op vakantie sturen met een groep puberende hockeymeisjes. Waar zouden hockeymeisjes uberhaupt naartoe op vakantie gaan? Vast niet naar Rusland toch? Rusland zie ik dan toch wel als een land dat vooral de grijsbesnorde variant van onze samenleving trekt.

En zou er ook een soort deurbeleid voor groepsreizen zijn? Stel je voor: een gezellige groep dames in de bloei van hun overgang besluit een spannend tripje naar Egypte te maken. Een 17-jarige jongen, die voor het eerst alleen op vakantie mag, besluit hetzelfde reisje te boeken. Het klinkt toch redelijk dat je die arme jongen dan behoedt voor de onbedoeld levensveranderende keus om deel uit te maken van die groep.

Dan beland ik meer per ongeluk dan bewust op een website waar ik de termen ‘senioren’ en ’50-plussers’ lees. Mijn logica zegt ‘Bingo!’: 58 is meer dan 50! Mijn onderbuik zegt echter: mijn vader heeft dat geraniumstadium nog lang niet bereikt! Na ongeveer 35 seconden op de keurige website met rijnreisjes en fietsvakanties, heb ik mijn innerlijke foetushouding alweer gevonden. Zou de gemiddelde 50-plusser zichzelf als senior zien? Ik hoop het toch niet! Mijn vader vast en zeker niet!

Compleet in de war en uitgeput door alle nieuw opgedane inzichten ben ik verdwaald op het internet en niet meer zo’n fan van de ‘groepsreis’. Morgen probeer ik de ‘singlereis’. Ik houd mijn hart vast..

Beach Cabana Pleasures

Met de nodige krachtsinspanning sleur ik mezelf en mijn backpack door het mulle zand. Je moet wat over hebben voor een overnachting in een cabana op het strand op 20 meter afstand van de zee.

Op aanraden van Thomas, hebben we onszelf voor één nachtje verplaatst van het hostel aan de drukke doorgaande weg in Tulum, naar het idyllische Papaya Playa. Met zijn vieren delen we één cabana, één tweepersoonsbed, één tweepersoonsslaapbank, één badkamer zonder deur en een handjevol hagedissen en spinachtigen. Knus zal het dus zeker worden.

We hebben al de nodige boodschappen gedaan en Stacy en ik begeven ons naar de uitgeholde boomstam die is ingericht als keuken om het eten klaar te maken. Dom en Thomas testen bereidwillig vast de de twee liter fles rum. Een klassieke rolverdeling zullen we maar zeggen.

Als ik naar de tafel loop om vast wat borden klaar te zetten, zijn Dom en Thomas verdwenen. Ik kijk om me heen en tussen de palmbomen zie ik twee figuren en een klein figuurtje. Silhouetten in de bijna ondergaande zon. Ik kan me vergissen, maar het ziet eruit als een niet zo subtiele drugsdeal. Al snel komen Dom en Thomas weer teruggelopen naar de tafel. Thomas begint te vertellen en als een klein kind op en neer te stuiteren en Dom snelt naar de keuken om het goede nieuws aan Stacy te vertellen: ze hebben wiet!

Hoewel ik niet geheel in dit overdadige enthousiasme kan delen, zit de sfeer er meteen goed in. We eten snel wat en begeven ons dan naar onze cabana om het feest te laten beginnen. Het is nog even zoeken aan welke kant van de cabana we het beste de joint op kunnen steken en of we al dan niet een kuil moeten graven in het zand om de rook en de geur te beteugelen, maar uiteindelijk zitten we dan.

Met de grootst mogelijke zorg ontferm ik me over de fles rum, die zich toch enigszins gepasseerd moet voelen door al dat gedweep met dat gedroogde gras. Al snel dwaalt het gesprek af naar nijlpaarden en ik leg Stacy en Dom uit dat een hippopotamus in het Nederlands een nilehorse is.

Als de bodem van de fles in zicht komt en ik inmiddels ben bezweken voor marihuana-groepsdruk, zijn Stacy en Thomas een uitbundige circusact gestart op het strand. Ik besluit dat ik net zo min van circussen houd als van wiet en zwalk terug naar de cabana. Zonder het licht aan te doen en eventuele enge insecten te ontdekken poets ik mijn tanden en schuif mijn lakenzak in.

Ik word wakker van iets dat mijn arm aanraakt. Half bij en half buiten bewustzijn voel ik hoe iemand me behoedzaam van mijn hoofd tot mijn elleboog bevoelt. Ik draai me om, om aan de betasting te ontkomen, maar een paar minuten later voel ik het opnieuw. Ditmaal twee handen.

‘Wat doe je?’, sis ik tegen de persoon waarvan ik hoop dat het Thomas is en niet een willekeurige nachtelijke strandgast. ‘Sorry’, stamelt Thomas. ‘Ik wilde je niet wakker maken door het licht aan te doen’. Ik denk even na over deze verklaring. Dan bedank ik Thomas voor deze goede bedoelingen en zeg dat het inderdaad prettiger is om wakker betast te worden..

Busoverpeinzingen

Het is alweer twee uur geleden dat we afscheid hebben genomen van Thomas op het busstation in Tulum. Thomas blijft nog een paar dagen. Dom, Stacy en ik zitten in de bus richting Chetumal, om daar de grens naar Belize over te steken.

Tevreden met mijn twee stoelen, zodat ik ook mijn rugzak een plek aan kan bieden, schuif ik de gordijntjes opzij om uit het raam te kijken. Mijn iPod speelt een album van Grizzly Bear, wat mij de gelegenheid geeft om mijn zonden van de afgelopen dagen te overdenken. 8 dagen Mexico. Het lijken wel 8 weken!

Volledig in gedachten verzonken merk ik nauwelijks op dat een grote auto met een soort kooi vol bewapende Mexicaanse politiemannen naast de bus is gaan rijden. Nieuwsgierig observeer ik het gebeuren en hoop dat dit niet betekent dat zo meteen onze bus aan een drugscontrole wordt onderworpen. Plotseling voel ik me ongemakkelijk. Ik mag dan volledig ongegeneerd door mijn raam deze mannen aanstaren, maar nu lijkt het alsof zij mij hetzelfde genoegen gunnen. Voorzichtig schuif ik de gordijnen weer een beetje dicht.

Op dat moment stopt de bus en stappen drie mensen de bus in. Even houd ik mijn adem in, totdat ik zie dat het drie doodnormale Mexicanen zijn die een plekje in de bus zoeken. Hoewel, doodnormaal? Ik hoop dat die boos kijkende gangster ergens anders gaat zitten. Met een vriendelijke glimlach haal ik mijn tas van de stoel als de jeugdige Al Pacino stil blijft staan naast mij in het gangpad. Dankbaar, althans daar ga ik dan maar van uit, gaat hij naast mij zitten en vraagt me of ik helemaal alleen op reis ben. Ik knik bevestigend en heb onmiddellijk spijt van deze hoofdbeweging. Na een korte stilte, laat de jongen me weten dat hij dat erg dapper vindt. Ik glimlach nog een keer en kijk maar weer uit het raam.

In Chetumal, een troosteloze deprimerende grensplaats, moeten we overstappen op een kleurig geschilderde oude Amerikaanse schoolbus die ons naar Corozal, Belize zal brengen. Bij de grens aangekomen, sleuren Dom, Stacy en ik onze backpacks uit de bus en gaan na uit Mexico gestempeld te zijn in de rij staan bij Migrations. Nadat eerst alle Belizeanen en Mexicanen aan de beurt zijn geweest, heb ik eindelijk het genoegen van een streng kijkende mevrouw mijn gewenste stempels te krijgen.

Snel haasten we ons weer naar buiten, want door alle positieve discriminatie van locals zijn we de laatsten. Enigszins verdwaald kijk ik om me heen. Stond onze bus niet meteen naast het witte Migrations gebouw? De bus is weg! Ik schiet in de lach en kijk grijnzend opzij naar Dom en Stacy. Stacy’s geterroriseerde blik doet me realiseren dat zij er niet de humor van in kan zien. Volledig in paniek, begint ze tegen Dom te jammeren.

Gek genoeg maak ik me niet zo’n zorgen. We zijn met zijn drieën. Het is nog minstens vier uur licht en het is een grensovergang! Ongetwijfeld komt er zo wel weer een nieuwe bus voorbij. Toch?

Snorkelen voor gratis

We staan inmiddels al 30 minuten voor de duikshop in Tulum. Stacy, Dominic (of Dom voor iedereen die hem langer dan 3 minuten kent), Thomas en ik willen morgen graag snorkelen in cenotes. Ik weet pas sinds een paar uur dat ik dat wil. Ik had geen flauw benul van het bestaan van cenotes tot een overenthousiaste Koreaan me vanochtend 500 foto’s op zijn laptop liet zien.

De werknemer van de duikshop heeft ons uitgebreid uitgelegd wat de snorkeltrip precies inhoudt, hoe lang het zal duren en wat de kosten zullen zijn. Over alle aspecten kan echter onderhandeld worden en daarom staan we inmiddels al een half uur in de brandende zon een plan van actie te smeden. En als ik zeg ‘we’, bedoel ik met name Stacy en Dom.

Alles is te duur voor Stacy en Dom, want samen hebben ze een budget van $50 per dag. Het is gelukkig geen enkel probleem om daar in Mexico van rond te komen, zolang je al je maaltijden samen deelt, zoveel mogelijk in je hostel blijft en zo min mogelijk activiteiten plant. En laten we eerlijk zijn: dat is waarvoor je naar Mexico gaat toch?

Terwijl ik nog maar wat zonnebrandcrème op mijn neus smeer, probeert Dom Stacy ervan te overtuigen, dat als ze de komende dagen geen activiteiten plannen, ze vanavond maar één drankje drinken in plaats van drie en we de medewerker van de duikshop zo ver krijgen dat hij 100 pesos zakt in de prijs, ze deze trip best kunnen doen. Stacy denkt daar anders over. Zij vindt dat we beter terug kunnen gaan naar het hostel, op internet kunnen zoeken of we deze trip ook zelf kunnen doen en het geld van een georganiseerde trip kunnen besparen.

Flexibel als ik ben, vind ik alles prima en ook de rest haalt uiteindelijk zijn schouders op. Het is best verstandig om kritisch en zuinig op je geld te zijn, zo aan het begin van je reis. Terug in het hostel kruip ik samen met Stacy achter haar laptop en sporen we alle forums en reiswebsites op internet af naar informatie over snorkelen in de Dos Ojos cenotes in Mexico.

Na anderhalf uur met een gevoelstijd van anderhalve dag zijn we eruit, maar is mijn enthousiasme voor snorkelen in cenotes exponentieel afgenomen. Ik besluit dat die drie uur van mijn leven me absoluut de extra 5 euro van een georganiseerde trip waard waren geweest.

Terwijl we proosten op een succesvolle zoektocht, ben ik stiekem al mijn eigen zoektocht gestart. Naar minder vermoeiende reisgenoten..

One tequila, two tequila, three tequila, floor

Auw.. Wie heeft die drilboor in mijn oor gestopt? Langzaam maar zeker raak ik weer bij bewustzijn en realiseer me dat het drilboorgeluid een perfecte uitvoering is van de minstens 25 jaar oude airconditioning in mijn dorm.

Hoe laat zou het zijn? Met de nodige moeite weet ik mezelf om te draaien en mijn iPhone onder mijn kussen te vinden. 11:24. Hoe lang heb ik geslapen? De eerste flarden van herinneringen van de gebeurtenissen van een paar uur geleden, beginnen onder de muzikale begeleiding van de prehistorische airconditioning mijn hoofd binnen te dringen. Er was iets met een jongen.. Een zoen. Een val van een trap.. Een val van een trap? Voorzichtig voel ik of al mijn ledematen nog intact zijn. Oe ja, maar mijn dijbeen heeft duidelijk betere tijden gekend. Dat moet een flinke blauwe plek zijn.

Ik graaf verder in mijn geheugen. Ik herinner me het strand. En politie! Wacht, je mag helemaal niet op het strand zijn ’s nachts. Tenminste.. niet zonder het betalen van een zekere vorm van entrée aan meneer agent. En ik herinner me een zonsopgang. Een hele mooie, die ik nooit van mijn leven meer zal vergeten. In ieder geval dat ene beeld dat ik me nog voor de geest weet te halen niet.

Ik hoor stemmen vanuit de receptie. Wacht, die stem herken ik! Er was nog een jongen. En nog een zoen! Oh nee, ik moet heel nodig plassen, maar ik besluit dat het voor alle betrokken partijen beter is als ik in bed blijf liggen tot de stemmen verdwenen zijn.

Wat een bizarre avond moet het geweest zijn gister. Kon ik die overige 80% herinneringen ook nog maar ergens vinden..

Wat zou jij doen als..?

Zou ik nog iemand kunnen skypen in Nederland? Het is  00.15 uur Nederlandse tijd. Met tranen in mijn ogen probeer ik voor de vierde keer het WIFI-wachtwoord dat de Mexicaanse receptioniste zojuist in haar allermooiste Chinees heeft opgeschreven.

Vanuit de verte zie ik mijn kersverse reisgenoot Thomas geanimeerd een verhaal vertellen aan een klein publiek toehoorders. Aan hun lachende gezichten af te lezen, vermoed ik dat hij hen niet het verhaal vertelt dat hij mij vanmiddag tijdens onze busreis uit Cancún toevertrouwde.

Het begon allemaal met de vraag: ‘Wat zou jij doen als je wist dat je nog maar een paar jaar te leven had?’ Ik houd wel van die ‘wat als..’-spelletjes, dus gretig hapte ik toe. “Ik zou mijn baan opzeggen, mijn huur opzeggen, mijn leven opzeggen. Een belachelijk groot feest geven voor iedereen die ik ooit lief heb gevonden en met onbekende bestemming vertrekken en nooit meer terugkomen”.

“En wat als je niet weet of je binnen één jaar, 10 jaar of 20 jaar doodgaat, maar je zeker weet dat je niet oud zal worden?” Ik kijk opzij en zie dat dit gesprek alles behalve een spelletje is. Thomas vertelt dat hij de ziekte van Huntington heeft: een erfelijke hersenziekte die langzaam zowel je fysieke als je geestesgesteldheid aantast, totdat je er aan overlijdt.

“Wat zou je doen als je die ziekte zou hebben en een leuke jongen tegen zou komen? Zou je het vertellen voordat het serieus wordt? Zou je vertellen dat je binnenkort langzaam zal aftakelen en dat er een 50% kans bestaat dat je jullie toekomstige kind een afschuwelijke ziekte meegeeft. Of zou je de relatie eerst een kans geven?” Puur op instinct, zonder ooit over dit soort keuzes na te hebben hoeven denken, antwoord ik Thomas dat ik denk dat als er ooit een reden bestaat om egoistisch te zijn, dat dit er één is. Huilend zit Thomas naast me en ik kijk uit het raam om mijn eigen tranen te verbijten.

Apathisch zit ik nu, 3 uur later, naar mijn telefoon te staren. Waarom is Thomas al de derde persoon in mijn eerste 5 dagen op reis die me vertelt dat hij op jonge leeftijd dood zal gaan of bijna is gegaan? De eerste was Simon uit de VS: keelkanker, nog 2 tot 5 jaar te leven. De tweede was Marie uit Noorwegen: longkanker. Ternauwernood overleefd en moet nu op 23-jarige leeftijd functioneren met één long.

Als dit mijn eerste vijf dagen zijn? Wat betekent dat dan voor de komende drie maanden op reis? Terwijl ik me dit afvraag voel ik me schuldig. Waarom heb ik nou zelfmedelijden? Wat een luxeprobleem! Mensen met echte zorgen vertrouwen me blijkbaar en hebben het gevoel dat ze met me kunnen praten.

De tranen die inmiddels over mijn wangen biggelen denken er toch anders over. Ik moet ook mijn verhaal kwijt. En ik probeer nog maar een keer dat stomme wachtwoord..

The Real World Cancun

Na een goede nacht slaap, ben ik er helemaal klaar voor. Maar waarvoor? Wat ga ik doen? Voordat ik me daar druk over ga maken, beantwoord ik eerst maar eens de oorverdovende lokroep van de gele hangmat, die gezellig met zijn vrienden daar in de hoek van het hostel hangt.

Ik schrik op uit mijn sluimerende toestand, als ik plotseling iemand hoor roepen: “Noem je me een slet? Durf het dan gewoon in mijn gezicht te zeggen.” Het volgende moment, stormt een woedende Sophia naar buiten. Zonder dat ik maar iets hoef te vragen, begint ze me te vertellen dat het verdomme niet haar verantwoordelijkheid is waar de Franse Danielle haar broek uittrekt. Ik vertel haar dat me dat inderdaad redelijk lijkt.

Blijkbaar had Sophia, die in het hostel werkt, de broek van Danielle in haar tas met vuile was gestopt, nadat ze hem samen met haar eigen kleren had opgeraapt in de badkamer. Dit resulteerde in een felle discussie over wie, wanneer en hoe seks in de badkamer had gehad en of je vervolgens het recht hebt om je kleren daar achter te laten en of iemand anders ze dan moet of mag opruimen. Lijkt onbelangrijk, maar bij vrouwen moet je dat soort dingen nooit onderschatten.

Schijnbaar was de hele vorige avond, terwijl ik lag te dromen over vredige palmstranden, een groot drama geweest. Een 19-jarige jongen, die nog nauwelijks zijn veters kon strikken (als ik de verhalen mocht geloven), was alleen zonder geld achtergelaten in de club. Een overmoedige Amerikaan kon de deur van het hostel niet vinden en belandde over de muur bovenop een roestig fietswrak. En Sophia schijnt zo wulps te dansen, dat mannen lege glazen naar haar gooien.

Hoewel dat laatste niet eens logisch klinkt, besluit ik dat ik absoluut iets gemist heb! Vanavond ga ik mee naar de Zona Hotelera! En zo was mijn eerste plan gemaakt..