I am sorry for the noise last night

Oh, had ik nog niet verteld over hoe ik in juni verliefd ben geworden op San Francisco? Op de Golden Gate Brigde en het Golden Gate Park. Op koffie drinken in North Beach en vintage jurken passen in Haight Ashbury. En op een willekeurige Pools-Franse kunstenaar die BH’s achter de wasmachine vandaan viste tijdens zijn laundryshift in mijn hostel op de hoek van Post en Taylor Street.

Het begon allemaal op een pijnlijke woensdagmorgen.

Langzaam kom ik weer bij uit een kleine zelfontworpen coma en realiseer me dat ik met mijn regenjas nog aan in één van de bovenste stapelbedden in Room 5 lig. Het is gelukkig mijn eigen bed, hoewel ik geen flauw idee heb hoe en wanneer ik er die nacht beland ben. Bij nadere inspectie van mijn omgeving ontdek ik een zorgvuldig geplaatst chocolaatje met een briefje aan mijn voeteneinde. Verbaasd vouw ik het briefje open:

I am sorry for the noise last night’

Nu word ik toch enigszins nieuwsgierig en vragend laat ik het briefje aan mijn kamergenoten zien. Hebben jullie iets gehoord? Drie meisjes kijken me verontwaardigd aan en het is duidelijk dat ik iets gemist heb. Na 10 minuten ben ik volledig bijgepraat. Rond 2 uur die nacht kwam een Argentijns meisje de kamer binnen, gevolgd door een identiteitloze jongen. Samen stortten ze zich allesbehalve subtiel op haar bed en enkele seconden later is hun enthousiasme dermate hoorbaar dat iedereen met een alcoholpromillage onder de 2‰ wakker is. Met een aan agressie grenzende vastberadenheid schijnt de jongen uit de kamer te zijn gejaagd en de vertellende meisjes zijn duidelijk nog steeds allesbehalve vergevingsgezind. Ik betuig mijn oprechte medeleven en spreek schande van het gehele voorval en verlaat de kamer voordat ik in de lach schiet.

Die middag besluit ik een gesprek aan te knopen met een Pools-Franse die op mijn eerste hosteldag mijn bordje kwam afwassen en die ik sindsdien iedere ochtend lakens zie opvouwen terwijl ik mijn ontbijtboterhammen nuttig. Hij stelt zich voor als Mysterious Eagle (maar laat ik hem vanaf nu Pjotr noemen) en ik vraag hem of ik dat voor het gemak ook af kan korten en zo raken we drie uur lang in gesprek. We blijken allebei die avond naar hetzelfde strandfeest te gaan en besluiten logischerwijs dat we samen gaan en een fles rum delen.

Wachtend op alle strandgangers staan we een paar uur later in de lounge van het hostel, waar mijn Argentijnse kamergenoot nog alleraardigst informeert of ik haar chocola gevonden heb. Ik verzeker haar dat ik geen last van haar heb gehad en begin grijnzend in geuren en kleuren het verhaal aan mijn gezelschap voor die avond te vertellen. Nog voordat mijn verhaal ten einde is, begint een derde jongen te hyperventileren van het lachen en weet uit te brengen dat hij precies weet wie die nacht in Room 5 is geweest. Het duurt even voordat ik me realiseer wat hij bedoelt, maar zodra ik het schuldbewuste gezicht van Pjotr zie is het me plotseling volledig duidelijk.

Daar sta ik dan met mijn fles rum en mijn vroegtijdig gestorven romance. Mijn ego lijkt weinig interesse te hebben in een jongen die blijkbaar de vorige nacht al in mijn kamer lag, maar ik weet niet zeker of mijn hormonen ook al overtuigd zijn. Ook kan ik er eigenlijk best de humor van inzien en al gauw beschuldig ik Pjotr van een stiekeme Room 5-fetisj, waar ik toch zeker niet aan mee ga werken. Zodra echter ook de rum zich er ook mee gaat bemoeien, besef ik me dat mijn ego het van mijn hormonen gaat verliezen. Per slot van rekening heeft het allemaal niets met mij te maken, dus waarom zou ik er onder moeten lijden?

Vijf heftig kleffe dagen later sta ik verliefd en verdrietig op het vliegveld. Zestig Mexicaanse dagen later sta ik verliefd en gestoord opnieuw op hetzelfde vliegveld. Wat heb ik te verliezen? Ik heb alle tijd van de wereld en mijn ego had ik toch al het zwijgen opgelegd.

Oh Mexico, met je Mariachi’s, macho’s en Mezcal

Van het zuidelijke Cancun naar het noordelijke Guadalajara. Ruim 3000 km, zeven steden en acht busritten met een zeer uiteenlopende amusementswaarde. Met een budget van € 25 per dag is het uitermate belangrijk om de goedkoopste bus te vinden. Het liefst een nachtbus, want een nachtje in de bus scheelt je weer een nacht in een hostel. En de kwaliteit van de bedden is in sommige gevallen vrijwel gelijk.

De eerste busrit is van Cancun naar San Cristobal en Naomi en ik zijn de gelukkige bezitters van de laatste twee plekken in de bus. Niet geheel toevallig op geur- en hoorafstand van het toilet. Maar dichtbij het toilet of niet, de penetrante pieslucht door de hele bus doet ernstig vermoeden dat mensen simpelweg in hun stoel plassen. Hoewel het risico op ammoniakvergiftiging, luchtweginfecties en psychische stoornissen al redelijk groot is, wordt de buslucht na zo’n twaalf uur op de bochtige bergwegen van Chiapas nog verder vervuild. Zeker vier mensen hadden zich de pesos voor hun tijdens de korte stop genuttigde taco, torta en quesedilla beter kunnen besparen. Na drie haarspeldbochten stroomt de Mexicaanse keuken door de bus en zit er voor mij niets anders op dan mijn rugtas en voeten van de vloer op te tillen en mijn neus nog dieper in mijn trui te begraven. Als we na 18 uur de giertank uit mogen, ben ik ervan overtuigd dat ik stink naar een gemiddelde fextivaldixie. Maar we zijn eindelijk in San Cristobal!

De volgende stop is Puerto Escondido, waar we per ongeluk in het zwembadparadijs van Steve belanden. Steve lijkt een onfortuinlijk slachtoffer te zijn van onbeperkte toegang tot hallucinerende en verdovende middelen in zijn jongere jaren. Hij is buitengewoon geïnteresseerd in zijn gasten, maar zijn hersenen blijken zijn enthousiasme niet aan te kunnen. Ieder uur worden Steve’s hersenen keurig gereset en stelt hij al zijn vragen weer opnieuw. In de tussentijd vragen wij ons af, waarom onze bedden drie kwartier lopen van alle surfers verwijderd zijn..

Dan op naar Oaxaca. Oaxaca is de prachtige hoofdstad van gefrituurde krekels, Mezcal en chocala. Ondanks de gemixte gevoelens die deze specialiteiten bij ons oproepen, besluiten we dat je alles een keer geprobeerd moet hebben. Eerst dan maar de Mezcal om moed te verzamelen en smaakpapillen kwijt te raken, dan de krekels, omdat het moet en als toetje de chocola, omdat alles beter wordt van chocola.

Het hoogtepunt van Mexico City is Plaza Garibaldi, vol met Mariachi’s, die vol overgave mijn liefdesverdriet bezingen. Het dieptepunt is een metro, vol met wellustige gefrustreerde todofielen(1.), die vol overgave mijn onschuld proberen te bezoedelen. Kortom, een stad om nooit te vergeten.

Guanajuato is een gemoedelijk universiteitsstadje, waar ik snel al het besef van tijd verliest, terwijl ik ronddwaal door een doolhof van straatjes en tunnels of tijdens een welverdiend biertje, luisterend naar een Beatles-coverband. Het enige nadeel van Guanajuato is dat de maximum leeftijd 21 is, wat betekent dat ik ernstig over de datum ben.

Guadalajara blijkt gelukkig een Guanajuato voor volwassenen! En ik leer al snel dat, gek genoeg door Franse invloeden, de Mexicanen in Guadalajara een stuk mooier zijn dan de gemiddelde huis-tuin-en-keuken Mexicaan. Na een zaterdagavond vol goede muziek, mooie mannen en een tas vol willekeurige visitekaartjes, begin ik ernstig te overwegen om een baan te zoeken en me voor een maand te settelen in Guadalajara.

Helaas ben ik soms een vrouw. En vrouwen zijn wispelturig. Drie dagen na deze wilde gedachten zit ik in een vliegtuig. Over twee uur land ik op San Francisco International Airport..

disclaimer: dit bericht is met enkele weken vertraging uit mijn hersenen gesijpeld. licht risico op vertroebelde feiten is aanwezig

1. todofilie: (woord afkomstig uit het Spaans en Grieks; todo is het Spaanse woord voor alles en filia het Griekse woord voor ‘vriendschap’) is een term, die wordt gebruikt voor het zich seksueel aangetrokken voelen tot alles wat beweegt.

 

 

Mijn laatste uurtjes als hostelworker

Aaahh.. mijn laatste werkdag. Zo’n dag waarvan je denkt: Het is helemaal niet erg om een piepkleine kater te hebben. Het is helemaal niet erg om net te moe te zijn om mijn ogen helemaal open te doen.

Dus het is een perfect idee om op de vooravond van mijn laatste werkdag een paar onschuldige drankjes te drinken met een willekeurige mix van Mexicanen, Zweden, Engelsen en Israëliers. Eén der Mexicanen neemt de leiding van de avond op zich. Hij is mijn nieuwe collega, nadat zijn vorige baan als begiftigde drugsdealer een vroegtijdig einde kreeg, toen zijn baas voor zeven jaar de gevangenis in moest. Hij kent Cancun echter als zijn broekzak en hij weet ons een exclusieve club in te praten, waar we de beste tafel met de beste service krijgen.

En de beste service houdt in een gezamenlijke rekening, waarvan niemand weet hoe welke drankjes door wie op welk moment zijn besteld en geconsumeerd. Nog geen uur later loop ik dan ook met een gefrustreerde, agressieve collega over straat in Cancun. De rekening klopt niet, twee mensen zijn verdwenen zonder te betalen en het eerste wat hij gaat doen als hij terug is in het hostel is een laptop stelen. Ik probeer hem uit te leggen dat het stelen van een laptop wellicht een enigszins drastische reactie is op een niet-betaalde rekening van hooguit 100 pesos, maar hij lijkt een man met een missie.

Uiteindelijk wordt de geldsituatie gesust, maar de toon is absoluut gezet en als ik eindelijk mijn tent inkruip, ben ik blij dat over 3 uur en 23 minuten mijn laatste werkdag begint. Als ik een paar uur later mijn tent uitkruip, het dak afklim en het hostel binnenloop, word ik direct onaangenaam verrast, door de hordes met mensen die zich reeds voor 7 uur ’s ochtends uit hun bed hebben gesleurd. Nog voordat ik heb kunnen douchen of mijn tanden heb kunnen poetsen, word ik al gedwongen 6 eieren uit te delen, een nieuwe pot pindakaas te vinden en de weg naar het strand uit te leggen. Na een uur is de rust echter wedergekeerd en kan ik rustig achter de computer onderzoeken welke mensen uitchecken vandaag en mijn facebookstatus updaten.

Mijn collega, die de nachtdienst heeft gedraaid, loopt enigszins verdwaasd met een laken door het hostel op zoek naar een slaapplek. We zitten helemaal vol, dus dat betekent creatief slapen voor alle werknemers. Ze verdwijnt naar het dak, naar vermoedelijk mijn bed in de inmiddels stikhete tent en ik beloof haar wakker te maken als één van de gasten uitcheckt.

Ze is nog maar net verdwenen of een grote Israeliër komt de dorm uitgestormd, met de boodschap dat de duivel in het bed boven hem slaapt. Hij gebaart me om naar de dorm te komen en nog voordat ik de deur opendoe, hoor ik het zware onregelmatige gesnurk van een gehoornd beest. Ondanks zijn overduidelijke wanhoop, is de kracht van zijn kater toch sterker en besluit hij terug naar bed te gaan.

Zodra de eerste gast heeft uitgecheckt ga ik naar het dak om Maria wakker te maken. Ze is echter niet in de tent. Ze ligt middenin de brandende zon op het beton met een gescheurd wit laken over zich heen. Enigszins verward door dit aangezicht, maak ik haar snel wakker met het goede nieuws dat ik een bed voor haar heb. In plaats van de pure blijdschap die ik verwachtte, begint Maria te huilen en vertelt me dat ze net een hele mooie droom had over haar overleden broertje en ze graag op het dak wil blijven slapen.

Vol schuldgevoel klim ik het dak weer af, waar ik Balam de kat aantref met een interessant speeltje. Hij heeft een gekko gevangen, die hij liefkozend door het hostel heensmijt, totdat het kleine beestje na enkele minuten levenloos op zijn rug beland. Onder het toeziend oog van Balam, veeg ik de gekko met een bezem naar zijn laatste rustplaats.

Nog drie uur totdat mijn boot richting Isla Mujeres vertrekt, dus ik besluit nog maar een keer de afwas te doen, de vloer te dweilen en koffie te zetten. De Israëlier komt opnieuw de kamer uitgestormd en roept dat de hel nu echt compleet is. Terwijl de duivel in het bed boven hem bloed ophoest, zorgt een jengelende Britney Spears-ringtone voor de muzikale ondersteuning van zijn lijdensweg. Verschrikt springt een Zweeds meisje op uit haar stoel en rent beschaamd naar de dorm om haar wekker uit te zetten.

Lachend vertel ik de Israëlier dat ik wel een bed in de hemel voor hem heb en wijs hem de weg naar het bed dat ik eigenlijk voor Maria had bedoeld, terwijl mijn baas ons naroept dat deze extra service niet in de prijs is inbegrepen. De ochtend is bijna voorbij, maar het beste moet gelukkig nog komen. Om 4 minuten voor 12 komt de duivel, in de persoon van een harige, grijze, uitgezakte hippie op leeftijd, in zijn onderbroek naar de badkamer gesjokt. Ik kijk naar alle lege bedden voor de volgende nacht op het bedoverzicht en als de hippie uit de badkamer komt, laat ik hem met mijn allervriendelijkste glimlach weten dat we helaas geen bed meer voor hem hebben voor de volgende nacht.

Het was zeker een enerverende morgen, maar mijn werk zit erop! Tijd voor een tropisch eiland en een nieuw hoofdstuk van mijn avontuur in de bergen van Chiapas!

Nachtwerk

Mijn eerste werkweek zit er al weer op. Vijf nachtdiensten, van 11 uur ’s avonds tot 7 uur ’s ochtends. In theorie zijn het de makkelijkste uren, maar gelukkig is de werkelijkheid vaak anders.

Mijn eerste nachtdienst begint op dinsdag. Na een dagje strand en een tochtje achterop een houtjetouwtjescooter door het toeterende Mexicaanse verkeer, ben ik tegen 10 uur ’s avonds al wel klaar om aan mijn welverdiende nachtrust te beginnen. In plaats daarvan voel ik me door mijn aanstaande nachtdienst gedwongen om nog maar een biertje te openen en me bij de rest van de semi-dronken gasten te voegen. Een half uur later ben ik, dankzij mijn parkinsonmotoriek, de gelukkige verliezer van tequila jenga en begin ik mijn dienst om 11 uur in een comfortabele alcoholwaas. Plichtsgetrouw loop ik een tijdje rond met een bezem en spetter wat rond met een afwasborstel, terwijl een grote groep hostelgasten vertrekt naar een inmiddels beruchte poolparty. Het recept van de poolparty is onbeperkt alcoholmisbruik, veel bikini’s, een troebel zwembad en algehele bezoedeling alom. Voor mij beginnen echter de stille uurtjes, met wat simpele schoonmaakklusjes en veel social stalk op Facebook en Whatsapp.

Na een paar uur wordt mijn rust echter bruut verstoord door de terugkerende groep bezopen malloten. Een Schot komt in natte vrouwenkleding op mijn schoot zitten, terwijl de inhoud van de voorraadkast op mijn hoofd valt. En nog voordat ik van deze bezoedeling ben bijgekomen, staat een Amerikaan voor me met zijn hand in een pot pindakaas. Teleurgesteld en zelfs een klein beetje beledigd, druipt hij af als ik weiger zijn vingers af te likken. Na nog diverse liefdesverklaringen en smekende verzoeken om naar bed gebracht te worden, keert zowel de rust als het gevecht om mijn ogen open te houden weer terug.

De tweede en derde nacht staan volledig in het teken van hippies. Mijn geestdodende schoonmaaktaken worden psychedelisch ondersteund door geestverruimende fluit- en gitaarmuziek en na een intensieve staarsessie wordt me verzekerd dat ik ‘fairy twinkles’ in mijn ogen heb! Enigszins gevleid, in verlegenheid gebracht en verontrust, besluit ik maar niet te reageren. De stilte wordt echter snel doorbroken door een hoop lawaai en de geschokte kreet van een Engelsman die net een emmer verf over zich heen heeft gekregen. De Engelse jongen die nietsvermoedend in een hangmat lag te slapen, heeft per ongeluk een emmer witte verf van een stellingkast geschopt. Nu zit hij beteuterd te kijken hoe de witte vlek zich langzaam uitspreidt over de vloer. Ook zijn voeten blijven niet gespaard en met wc-papier omwikkelde ledematen strompelt hiij naar de badkamer, terwijl ik met de nodige hippie-ondersteunig ook vlijtig met toiletpapier in de weer ga.

Letterlijk iedere nacht blijkt een nieuwe bizarre wending in petto te hebben. Tijdens mijn vierde nacht, komt zo rond 2 uur ’s nachts een Deens meisje me vertellen dat haar bovenbuurvrouw zich niet zo lekker voelt. Dat blijkt een kleine understatement. De bovenbuurvrouw ligt bewegingloos in haar eigen braaksel in het bovenste stapelbed, terwijl de muur onder haar langzaam oranje kleurt. Gelukkig is haar vriend zo vriendelijk om haar uit bed te sleuren en in de badkamer te gooien, waar ze zo’n 45 minuten in de foetushouding op de badkamervloer doorbrengt. Dit geeft mij ruim de tijd om het Deense meisje naar een onbesmeurd bed te evacueren, om daarna de muur en de vloer te schrobben en de lakens te verschonen.

De laatste, vijfde nacht ben ik op. Hoewel ik de hele dag geslapen heb, zit ik vast in een apathische toestand, met de hersenactiviteit van een naaktslak. Die nacht wordt mijn laatste restje hersenactiviteit verbruikt door een relaas van een jongen over zijn overleden seropositieve vader. Over hoe hij zwaar heroïneverslaafd was. Over hoeveel geluk de jongen heeft gehad dat hij en zijn zus en moeder niet besmet zijn geraakt. Over hoe hij zijn vader in een droom heeft ontmoet, waarin hij hem verteld heeft dat de kracht van de levenden sterker is dan die van de doden. Twee uur lang heb ik het gevoel dat ik iets geruststellends en betekenisvol moet zeggen, maar ik heb er de kracht niet meer voor.

Om klokslag 7 uur op zaterdagochtend heb ik eindelijk weekend! Twee dagen vrij, gevolgd door middagdiensten! Misschien niet per definitie makkelijk die nachtdiensten, maar zeer zeker niet saai!

Home away from home for the unstable

Rare mensen zijn leuk. Hoe gekker hoe beter, als je het mij vraagt. Mensen zonder problemen of eigenaardigheden, die hun leven leiden zonder buiten de gebaande paden te treden of van de norm af te wijken, trekken me daarentegen een stuk minder.

Na drie weken in een hostel gewoond te hebben, heb ik al weer ruim honderd keer hetzelfde gesprek gevoerd over waar ik vandaan kom, wat ik thuis doe, wat voor opleiding ik heb gedaan, wat mijn reisplannen zijn, hoeveel huisdieren ik heb en wat ik later wil worden als ik groot ben. Die gesprekken voer ik glimlachend op de automatische piloot en ben ik weer vergeten zodra ze geëindigd zijn.

Waar ik wel van houd , zijn mensen die hun leven net wat minder goed onder controle hebben. Bewust of onbewust. Het is dan ook waarschijnlijk niet geheel toevallig dat ik altijd mensen ontmoet met ongeneeslijke ziektes, jeugdtrauma’s, verslavingen of ernstig afwijkende levensvisies. Mensen willen mij ook altijd alles vertellen. Meer dan eens heeft iemand tegen me gezegd: “ik heb dit nog nooit aan iemand verteld, maar..”. Schijnbaar ben ik een ‘healer’. Na dit even met Wikipedia overlegd te hebben, kan ik me hier wel redelijk in vinden.

Hoewel ik bovenstaande absoluut als een positieve eigenschap beschouw, is het lang niet altijd echt leuk. Wat zeg je tegen iemand die je vraagt of hij nog een kinderwens mag hebben, nu hij weet dat hij de ziekte van Huntington heeft? Wat doe je als de aan verslaving grenzende drugsgebruiker je vraagt zijn geld te beheren? Wat moet je denken als iemand aan je opbiecht een paar jaar geleden als militair wapens uit Afghanistan te hebben gesmokkeld?

De enige oplossing is denk ik afstand houden. Wel luisteren, maar niet teveel betrokken raken. Makkelijker gezegd dan gedaan af en toe, maar ik ben ervan overtuigd dat ik redelijk sterk in mijn schoenen sta.

De komende paar weken werk ik in een hostel in Cancun. En Cancun is absoluut een plek waar mensen komen om dingen te vergeten (of om in luxe all-inclusive 5-sterren resorts te vergeten dat er überhaupt een realiteit bestaat). Mijn eerste patiënt is een geval van obsessief liefdesverdriet. De eerste stap is vermoed ik het vernietigen van een laptop, de internetverbinding en voor de zekerheid alle mogelijke telepathieverbindingen. De tweede stap is alcohol. De derde stap is wat mij betreft het introduceren van een piepklein beetje zelfspot. Dat zou het leven van een heleboel mensen een stuk eenvoudiger maken..

Ik denk dat ik visitekaartjes moet laten drukken. ‘home away from home for the unstable’ ..

Soms doet het pijn om een meisje te zijn

Ik zit in een identiteitscrisis. Een kleine maar, maar desalniettemin vraag ik me het nodige af. Waarom manoeuvreer ik me in de meest bizarre situaties met de meest rare mensen? Ik zoek het geloof ik niet op. Niet bewust in ieder geval. Misschien ben ik heel naief. Of misschien komt het door mijn afkeer van afritsbroeken en de dodelijk saaie mensen die in afritsbroeken wonen.

Zo ging ik afgelopen woensdag naar het Beat Museum. Ik was superenthousiast, want ik had net ‘Dharma Bums’ van Jack Kerouac gelezen en de trailer van de verfilming van ‘On the road’ gezien. Toen ik het museum binnenliep werd ik verwelkomd door wat de eigenaar bleek te zijn. Hij peilde mijn kennis van de Beat Generation en toen hij merkte dat ik geïnteresseerd was (in al mijn naïviteit nam ik aan dat dat zijn drijfveer was), mocht ik gratis het museum in en kreeg ik een persoonlijke rondleiding. Ik voelde me wel een klein beetje ongemakkelijk bij al die aandacht, maar hij had supergave verhalen en wist alles, dus het was absoluut de beste manier om meer te weten te komen over de Beat Generation. Logischerwijs stemde ik dan ook enthousiast in met zijn voorstel om me ook ’s avonds rond te leiden door North Beach en me alle plaatsen te laten zien waar de Beat-schrijvers, hun Beat-dingen deden. Pas toen hij voorstelde om dan samen wat te eten of te drinken, begon ik argwaan te krijgen. Of beter gezegd: begon ik te twijfelen over of ik argwaan zou moeten hebben. Maakt het uit of een kale man van middelbare leeftijd je een rondleiding wil geven omdat je oprechte interesse toont of omdat je een leuk jong blond naïef meisje bent? Waarschijnlijk wel, maar ik wilde eigenlijk nog steeds gaan. Het enige probleem was dat de rondleiding ’s avonds zou zijn en ik absoluut nog niet goed de weg wist. Uiteindelijk heb ik maar besloten dat afhankelijk, onwetend en naïef geen goede combinatie is met mogelijke oneerbare intenties bij kalende mannen. Ik baalde wel, want ik wilde absoluut die rondleiding! Soms vind ik het stom om een meisje te zijn.

Dat vond ik ook op donderdag. Ik kreeg een rondleiding door San Francisco van een jongen die bij Starbucks werkt. Leek me erg onschuldig en bovendien was het overdag en ik kan best hard rennen. De jongen, laat ik hem Peter noemen, praatte aan één stuk door, wat ik meer dan prima vond, want mijn hoofd deed nog een klein beetje pijn van de rum van de avond daarvoor. Na ongeveer 20 minuten verontschuldigde Peter zich voor zijn woordenstroom en liet me weten dat hij dit al een tijdje niet had gedaan. Gemakshalve negeerde ik deze opmerking, maar nadat hij me een aantal keer had laten weten hoe erg hij het naar zijn zin had, mijn hand probeerde vast te pakken en zijn arm om me heen had geslagen, besloot ik hem maar te vertellen dat ik me toch wel erg ongemakkelijk voelde en dat een rondleiding niet hetzelfde is als een date. Ik voelde me wel een beetje schuldig, want hij had me net uitgebreid verteld over zijn moeder, die het gezin in de steek had gelaten, zijn ex-speedverslaafde, nu alcoholverslaafde zus en zijn eigen verslavingsverleden, nadat hij onjuist gediagnosticeerd was als bipolair. Maar toch, ik ben geen liefdadigheidsinstelling. Of misschien een beetje, maar wel bij voorkeur zonder fysieke bezoedeling.

Starbucks blijkt sowieso een magneet voor de minder-gelukkigen van de samenleving. Zo ging ik ook per ongeluk in de verslaafdenspeelhoek van Starbucks zitten. De mannen die daar zaten zagen er niet zo fris uit, maar er zat ook een gezellige Scandinavisch uitziende jongen op zijn laptop te werken, dus het leek me veilig genoeg. Ik zat echter nauwelijks of één van de mannen vertelde me het verhaal over Honey en hoe hij onterecht veroordeeld werd tot 15 jaar gevangenisstraf in 2004. Honey was een 19-jarig meisje en Honey was op bezoek bij zijn vriend Paul. Paul was een heroïnedealer en wilde sex met Honey. Honey wilde geen sex met Paul, maar wilde wel heroïne. Paul wilde Honey wel heroïne geven, want uiteindelijk zou ze dan wellicht sex met hem hebben. Honey zou echter nooit sex hebben met Paul, want Honey overleed die avond aan een overdosis. Paul was voorwaardelijk vrij en het hele huis was vol heroïne, dus Paul vluchtte. Starbucksman bleef echter om Honey te reanimeren en werd gearresteerd en veroordeeld. Gelukkig bleek de gevangenis een verlossing voor Starbucksman. Het heeft hem stabiliteit gegeven en tegenwoordig bedenkt hij bordspellen. Ik heb nog nooit in mijn leven zo snel koffie gedronken, maar ben toch blij dat ik nu het verhaal over Honey ken.

Om mijn eerste week in stijl af te sluiten, besloot ik op zaterdag te gaan couchsurfen. Couchsurfen op de couch van Jax. Na drie seizoenen Sons of Anarchy te hebben gekeken, stelde ik me bij Jax een breedgeschouderde biker voor, dus ik vond het helemaal niet erg om naar een huis 30 minuten uit het centrum af te reizen. Al snel bleek echter dat ik mezelf in de verkeerde televisieserie had gestopt. Dit was geen Sons of Anarchy, dit was The Big Bang Theory! Op zaterdagavond heb ik alles geleerd over het onstaan en de terugkeer van de zwarte pest en Planet Earth op een groot projectiescherm gekeken. De badkamerdeur kon vanzelfsprekend niet op slot en plotseling was het hele couchsurfconcept me duidelijk. De nerdy jongen met de grote bril en de lange haren vatte het eigenlijk prachtig samen: “we don’t see a lot of girls around here, except for the couchsurfing”. Zondagmiddag heb ik weer ingecheckt in een hostel.

Stiekem geniet ik wel van mijn crisis. Het is in ieder geval niet saai, maar soms doet het gewoon een beetje pijn om een meisje te zijn..

Ergens boven de wolken

Op de één of andere manier denk ik bij de hele dag in een vliegtuig zitten, niet aan de hele dag in de stralende zon naar een blauwe lucht zitten kijken. Toch is het zo! Misschien wel logisch? Weliswaar zit er (gelukkig) een raam, tussen mij en de rest van de wereld, maar mijn ziel wordt in ieder geval al een beetje bruin. Hoewel nu ik dat teruglees, dat helemaal niet wenselijk klinkt.

Ok, ik dwaal af. Ik zit nu inmiddels drie uur in het vliegtuig en ik durf te zeggen dat ik me al wel thuisvoel. Na een soepele stoelwissel (naar het raam met een lege stoel naast mij), een kleine vertraging en het op het nippertje krijgen van mijn minst en meest belangrijke reisitem, mijn make up en mijn vriendenboekje, ben ik helemaal geïnstalleerd.

Dat vriendenboekje heb ik uiteraard al uit en ik denk dat ik wel officieel de cry baby van het vliegtuig ben. Toen ik klaar was met huilen, voelde ik wel een lichte trots dat iedereen mij waardeert om mijn tomeloze ambitie en kennis van buitenlandse politiek en buitengewone natuurverschijnselen. Doet me absoluut goed!

Nu ik erover nadenk ben ik al best druk geweest. Ik heb al ruim een uur geslapen. Ik heb eten gekregen (en voor een groot deel laten staan omdat ik principieel tegen ben op zwemmend voedsel). En ik heb muziek geluisterd! Wel typisch (en lui) dat ik nog exact dezelfde muziek op mijn iPod heb staan, als toen ik vorig jaar op reis was. Dat terwijl ik toen al geconcludeerd had, dat ik meer melodramatische muziek nodig had! Al die gevoelens die opspelen, als je zielsalleen een 13-urige busreis aflegt, schreeuwen om jaren 80 powerballads, als Whitesnake, Tom Petty en Crowded House. Als je het mij vraagt tenminste, En dat doe ik voor het gemak maar even.

Ik denk dat ik dan nu maar afsluit met een korte omschrijving van de mensen om me heen, voor wanneer de film over mijn leven wordt gemaakt (klink ik nou alweer alsof ik bijna doodga? Sorry pap, bedoel ik niet zo!).

Dus om te beginnen met het belangrijkste, zit er niemand naast me. Ik houd wel van niemand en ben ook al best wel aan hem gehecht geraakt. Mijn niemand is uiteraard wel een man. Een hele mooie ook. Naast niemand, zit een hele vriendelijke man, die heel blij voor me was toen ik bij het raam mocht zitten en mijn dienblad heeft doorgegeven aan de fossiele stewardess, toen ik meteen na het eten in een diepe after dinner dip viel.

In de andere rij zit een kale man met een felrood hoofd en een bijpassende paarse polo en daarnaast zit een meneer met een ingegroeid nekkussen (zover ik dat vanaf hier kan zien tenminste). Hij ziet nu overigens dat ik hem observeer, tijdens het schrijven door, dus ik sla de laatste persoon op de derde rij maar over, voordat ik straks vechtend met het nekkussen door het gangpad rol.

Pfoe, ik ga denk ik mijn zonnebril maar eens opzetten. Of gewoon mijn ogen dicht doen. Of allebei. Wat een mogelijkheden zo hoog boven de wolken. Gelukkig mag ik nog 10 uur!

Onvoorziene arbeid en lichtgewicht herinneringen

Waarom lijkt je hoeveelheid spullen altijd exponentieel te groeien als je gaat verhuizen? Zo’n negen maanden geleden verhuisde ik naar mijn kamer van 14 m2. Ik kreeg er een volledig ingerichte huiskamer, keuken en badkamer bij. Veel noodzaak om mijn eigen spullen uit te pakken voelde ik dan ook niet. Met als gevolg dat ik vijf van de acht verhuisdozen nooit heb uitgepakt en mijn enige drie uitgestalde meubelstukken een bed, een kast en een tafel waren. Een soort sober ingerichte gevangeniscel.

Gezien bovenstaande, kun je je mijn verbazing voorstellen, nu ik al bijna twee volle dagen bezig ben met ontschroeven, inpakken en sjouwen. Ik heb het  ernstige vermoeden dat mijn armen minstens 5 cm langer zijn geworden. Of anders in ieder geval 5 kilo zwaarder, want ik kan ze niet meer boven mijn hoofd tillen. In mijn beleving moet schroeven uit een meubelstuk draaien  minder zwaar zijn dan schroeven in een meubelstuk draaien. Net zoals dat de trap aflopen minder zwaar is dan de trap oplopen. Blijkbaar heb ik geen verstand van schroeven. Of trappen.

Wellicht dat ik positiever zou kunnen zijn over het onderwerp verhuizen, als het al klaar zou zijn. Alles valt mee als het achter de rug is. Er vanuitgaande dat alles geen permanente psychische of lichamelijke schade heeft aangericht. Maar ik heb nog ruim de tijd om psychische en lichamelijke schade op te lopen, want het daadwerkelijke verhuizen mag nog beginnen. Een doldwaas feest, met als eregasten een boedelbak, een behulpzame chauffeur en beschikbare zolderruimte. De vele nauwe trappen had ik er liever niet bij gehad, maar je hebt het duidelijk niet voor het zeggen met zo’n verhuizing.

Er is wel één groot voordeel bij deze onderneming. Ik heb een groot talent voor dingen wegdoen! Ik hecht geen emotionele waarde aan spullen. Zelfs niet aan hele persoonlijke spullen, zoals foto’s of cadeaus. Hoewel dat misschien eerder een gebrek, dan een talent is? Ik weet het niet. Wat betreft cadeaus, vind ik het gebaar belangrijker dan het cadeau zelf. En wat betreft foto’s.. Ik heb liever herinneringen.

Daar lig ik dan. Op een matras in een slaapzak in een kamer zonder spullen, met herinneringen. Gelukkig zijn herinneringen het allermakkelijkst om te verhuizen. Tijd om voor de laatste keer hier mijn ogen dicht te doen. Over officieel drie dagen woon ik hier niet meer.

De immer onderschatte vreugde van afscheid

Ook belangrijk. Afscheid nemen van iedereen! Zo vaak mogelijk. En dan nog een keer!

Dan heb ik het trouwens niet over echt afscheid, waarbij je elkaar wanhopig in de armen valt, elkaars schouders doorweekt met tranen en afspreekt dat je goed op jezelf zal passen en iedere dinsdag om 15:10 uur een sms’je zal sturen. Dat afscheid kan ik niet. Het lukt me simpelweg niet om op dat specifieke moment die sociaal-wenselijke emoties op te roepen. Ik verzand iedere keer weer in een schaapachtige grijns, een verbaasde blik en een halfmoedige armzwaai. Ik hoop altijd maar dat iedereen weet dat ik diep van binnen ontroostbaar in de foetushouding op de badkamervloer lig.

Nee, het afscheid waar ik het over heb zijn feestjes, drankjes, muziek en champagne en kaasstengels om 12:00 uur op een gemiddelde woensdagmiddag! Daar kan ik zo gelukkig van worden, dat ik mijn hele leven wel afscheid zou willen nemen. Afgezien van de gezelligheid, waardeer je dit soort dingen ook nog eens veel meer als het de (op 1 t/m 10 na) laatste keer is dat de mogelijkheid zich voordoet. De ultieme manier om de sociale sleur te doorbreken.

In alle eerlijkheid moet ik wel zeggen dat in al mijn enthousiasme om afscheid te nemen van iedereen, ik wellicht enigszins doorsla in mijn selectie voor de mensen die hiervoor in aanmerking zouden moeten komen. De vage vakantieliefde van 7 jaar geleden, kan ik bij nader inzien best met terugwerkende kracht van dat lijstje afstrepen, hoewel dat uiteraard niet betekent dat ik niet genoten heb van de ongemakkelijke beladenheid van een eerste weerzien na 5 jaar geen contact.

Ik weet ook wel dat het lachen me uiteindelijk, voor wat betreft het afscheid nemen, zal vergaan. Maar voor nu heb ik drie reacties, als mensen prematuur dramatisch gedrag beginnen te vertonen:

  1. “Ik ga nog lang niet weg. Pas over drie weken!” Ik weet dat ongetwijfeld vol te houden tot :”Ik ga pas over drie uur!”. Wellicht dat ik bij “ik ga pas over drie minuten”, een goedbedoelde klap voor mijn hoofd krijg.
  2. “Misschien ben ik over een paar weken wel weer terug”. Hoewel ik best weet dat mijn ongeplande reisduur bij de meeste mensen verwachtingen van een paar jaar oproept, vind ik dat ik het best mag gebruiken om mijn afscheid te bagatelliseren
  3. En mijn favoriet: “Je komt me toch opzoeken?!”

Ik kijk nu al uit naar het afscheid van iedereen die me komt opzoeken en ook het ontmoeten en afscheid nemen van nieuwe mensen. Ik kan dan gewoon weer fijn helemaal opnieuw beginnen! Sleurproof.

271 dagen verder

Met mijn ziel onder mijn arm sta ik op Schiphol. 100 dagen reizen en drie keer met je ogen knipperen en het is weer voorbij. Vanaf mijn strategisch gekozen positie bovenop mijn backpack, zie ik op een paar meter afstand mijn welkomstcomité verwachtingsvol naar de gate staren. Blijkbaar was ik vroeg, want toen ik 10 minuten geleden de bagagehal uitliep, waren ze daar nog niet. Ik blijf nog even zitten om een grote glimlach op mijn gezicht te toveren. Ik zucht een keer diep en takel mijn backpack voor de laatste keer op mijn rug. ‘Hallooo iedereen! Ik ben er weer!’

Mijn ziel zit inmiddels weer op de juiste plek (waar dat ook moge zijn) en ik ben al weer 271 dagen ouder! Sinds die neerslachtige ochtend op Schiphol, heb ik een flink aantal knopen doorgehakt, schepen verbrand en varkentjes gewassen.

  1. Voorgenomen studieplannen: geannuleerd
  2. Baan als gewillige loonslaaf: geregeld
  3. Status spaarvarken: vettig gemest

Met als ultiem doel: een doelloze reis voor onbepaalde tijd! Over precies vier weken vlieg ik naar San Francisco, om twee weken later door te vliegen naar Midden-Amerika. Ik ben al bijna in opperste staat van paraatheid. Per 1 mei werkeloos. Per 1 juni dakloos. Per 11 juni bezittingloos. Wat wil een mens nog meer?

Als ik mijn bestofte backpack onder mijn bed zie liggen, dan word ik al gelukkig. In mijn hoofd heb ik hem al 25 keer ingepakt en mijn kleren hebben inmiddels al in de gaten wie uitverkoren zijn om met mij de maandenlange slijtageslag aan te gaan. Ik moet nog een paar dingen regelen:

  1. Mijn reisverzekering dekt slechts zes maanden in het buitenland. Gezien ik geen flauw idee heb hoe lang ik wegblijf, doe ik er misschien verstandig aan dit te verlengen tot minstens een jaar.
  2. Mijn paspoort verloopt eind 2012. Ook handig om te verlengen. Niemand wil zijn identiteit verliezen in Mexico.
  3. Eventuele spuiten in mijn arm laten zetten. Ik vermoed dat ik op rabiës na, overal tegen beschermd ben, maar dat is wellicht nog het controleren waard.
  4. De huisarts laten controleren of mijn antibabyhekwerk (lees: spiraaltje) goed is geïnstalleerd. Vooralsnog zie ik baby’s als de ergste seksueel overdraagbare aandoening die ooit bedacht is, dus dat moet goed geregeld zijn.

En couchsurfen! Ik wil heel graag couchsurfen in San Francisco! Ik ben nog een absolute beginner op het gebied van couchsurfen. Ik heb op willekeurige plaatsen de nacht doorgebracht, maar dat valt vermoedelijk niet in de categorie couchsurfen. Surfend op de couchsurfwebsite, besef ik me plotseling dat ik een hekel heb aan meisjes. Nou ja, misschien niet een hekel, maar een meisje begint bij mij met zo’n 50% achterstand op een jongen. Dat is meteen mijn verklaring, waarom mijn vrouwelijke vrienden zo ontzettend gaaf zijn.

Het komt er dus op neer dat ik niet bij een meisje wil couchsurfen. Ik houd niet van winkelen. Heb geen talent voor nagels lakken en ben allergisch voor romantische komedies. Hoewel ik me er volledig van bewust ben, dat ik denk in clichés, verandert dat helemaal niets. Ik wil couchsurfen bij jongens, want jongens zijn makkelijker, ondernemender, grappiger en gezelliger. En of het ook veiliger is? Ach, het leven is één groot avontuur. Of dat behoort het in ieder geval te zijn.

Kortom, nog genoeg voorpret te beleven. Ik kan niet wachten totdat ik weer op Schiphol sta, met een glimlach op mijn gezicht en een backpack op mijn rug.