Een tweedehans autosprookje

Tijdens mijn verhuizing besloot ik ook meteen mijn auto te verkopen. Een mooie blauwgroene Toyota Starlet met complementerende rode bekleding, zonder functionerende ramen en gedoofde dashboardverlichting voor €600,-. Je verwacht dat een behoorlijk percentage van de Marktplaats-bevolking  in actie komt voor zo’n koopje, maar het tegendeel bleek waar. Na een aantal bedroevende biedingen die je nauwelijks een fiets opleveren en een bezichtiging die het best vergeleken kan worden met een licht-traumatiserende Tinderdate, was daar woensdagochtend het bod van Hans: €450.

img_1927

Half slapend staar ik naar mijn computerscherm en hoor mijn vader me opnieuw voorrekenen hoe goedkoop ik auto heb gereden dat afgelopen jaar. Ik kan hem best voor de helft van de aankoopprijs verkopen en dan mag ik nog steeds in mijn handjes knijpen.  Ik stuur Hans een bericht dat hij de auto kan bezichtigen en we spreken vanavond 18.00 uur af. Ik laat Hans nog dienstbaar weten dat hij altijd kan bellen als hij vragen heeft.

Twee uur later belt Hans. “Heeft je auto ook stuurbekrachtiging?” Opgetogen dat ik zijn vraag bevestigend kan beantwoorden, vertel ik Hans voor de zekerheid ook over de trekhaak en de ongedeukte staat. “Ik ben zo verliefd op Starletjes”, vertelt Hans. Ik vind het wel gezellig dat Hans zijn enthousiasme met mij deelt en ik ga met mijn kopje koffie op de bank zitten. “Ik heb een eigen werkplaats en repareer vooral oldtimers”, gaat Hans verder. “Maar die Starletjes, dat zijn gewoon superauto’s en ze gaan helemaal nooit stuk. Geen kerel die daar in wil rijden natuurlijk, maar ik heb een heleboel roeivrienden met jonge dochters. Ik mooi al die Starletjes voor die meiden opknappen.”

Ik zie al helemaal voor me hoe Hans als een soort Sinterklaas Starlets door de schoorsteen duwt, als ik hem plotseling hoor vragen wanneer hij hem op kan halen. “Ik loop naar mijn computer en kijk naar mijn Marktplaatsafspraak. “We hebben 18.00 uur afgesproken toch?” Ontroostbaar leer ik dat deze Hans een tweede Hans is en nu sta ik voor een dilemma. Ik wil de auto helemaal niet aan Eerste Hans verkopen. Tweede Hans is leuk en gezellig en belooft bovendien € 600 cash te zullen betalen én achteraf niet te zeuren. De droom van iedere vrouw!

Zo besluit ik mijn karma te bevlekken en stuur Eerste Hans een bericht dat de afspraak niet door kan gaan. Eerste Hans vindt het niet in de haak en dat moet de toevallig aanwezige politie op het Haroekoeplein ook denken, als ze me een paar uur later voor de Aldi twaalf briefjes van vijftig in ontvangst zien nemen. Tweede Hans is blij met de auto, te meer omdat ik de moeite heb genomen hem te wassen. “Kijk nou, de ramen glanzen zelfs!”, lacht hij. Ik knik trots en denk terug aan de middag dat ik op mijn knieën bij het benzinestation de auto stofzuigde. Ik vertel hem: “De Action verkoopt kant-en-klaar met shampoo geïmpregneerde sponzen. Echt een aanrader bij het autowassen in het donker!”

Het enige dat ons rest is de overschrijving van de auto en het dichtstbijzijnde postkantoor gaat over drie minuten dicht. Na het uitwisselen van verhalen over Australië en een ouderwets potje leeftijd raden, is de vertrouwensband echter zo sterk dat we besluiten daar niet al te moeilijk over te doen. Tweede Hans schrijft de auto morgen over en belooft plechtig in de tussentijd nergens tegenaan te rijden. Ik heb wel fiducie in Tweede Hans zijn rijkwaliteiten en stem in met een geappte vrijwaring.

De volgende dag appt Tweede Hans een foto. Het is de vrijwaring. Het tweede appje is van mijn oud-huisgenoot. Ook een foto. Een foto van het Justitieel Incasso Bureau. Ik zucht. Karma is een bitch.

De laatste reis van een massief eikenhouten kast

In ieders leven komt dat moment waarop je besluit al je meubels naar de kringloop te brengen. In dat van mij was dat moment zaterdag, waarop ik zondag begon met een zoektocht op Marktplaats naar een nieuw slaapkamerinterieur. Een eikenhouten kledingkast leek me een prachtig begin, dus maandag ging ik samen met Bart op avontuur naar Leusden waar mijn nieuwe aanwinst in het huis van een overleden oma op me stond te wachten.

Met mijn oude, sputterende Toyota Starlet gaan we om half drie op weg naar de Hornbach. Het plan extraordinaire is om daar alvast hout voor een nieuw bed te kopen om daarmee het recht op een gratis aanhangwagen voor twee uur te verzilveren. Na het hout bijeengesprokkeld te hebben, verzoek ik de kassamevrouw dan ook vriendelijk om zo’n prachtig trekexemplaar. “Heb je gereserveerd?”, vraagt ze kortaf. Ze kijkt me met samengeknepen ogen aan en de moed zakt langzaam richting mijn schoenen. “Nee, jullie website vertelde mij ook niet dat dat noodzakelijk was”. De boze mevrouw begint te zuchten en ik kijk naar de stapel gezaagd hout in mijn karretje. Ik zie mezelf al lopen met de balken op mijn schouders. Het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn.

Ik zie mezelf al lopen met de balken op mijn schouders. Het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn.

Het blijkt echter allemaal te horen bij het‘je-had-moeten-reserveren-maar-je-hebt-geluk’-toneelstukje en na vijf minuten zijn we de gelukkige huurders van een aanhangwagen, die voor wat betreft kwaliteit en onderhoudsniveau perfect in balans is met mijn auto. De twee weten samen nog pak en beet 60% van het noodzakelijke licht te produceren, maar we besluiten dat dat goed genoeg is. We hebben geen tijd te verliezen. De aanhangwagen moet binnen twee uur terug zijn.

Op weg naar Leusden zien we de files al samenpakken in de tegengestelde rijrichting en de nieuwslezer op de radio vertelt ons dat in verband met Pakjesavond de files vandaag extra vroeg ontstaan. Tot overmaat van ramp kom ik tot de ontdekking dat ik vergeten ben om contant geld te pinnen voor de kast, waarop ik bedenk dat ik via mobiel bankieren het bedrag ook gemakkelijk kan overmaken. Drie minuten later is de batterij van mijn telefoon leeg. Beduusd staar ik uit het raam en denk aan alle manieren waarop ik dit avontuur beter had kunnen aanpakken.

Het woord ‘trap’ echoot in mijn hoofd en ik denk aan de twee nauwe trappen in mijn eigen huis.

Eenmaal in de juiste straat aangekomen, treffen we het Marktplaats-exemplaar al op de oprit. De verkopers haasten zich naar buiten. “We hebben hem maar meteen buiten gezet toen we hem eindelijk van de trap hadden getild. Hij is zo zwaar! We hebben de buren nog moeten vragen om te helpen tillen”, vertelt de vrouw opgetogen. Ik lach afwezig en kijk naar de kast. Het woord ‘trap’ echoot in mijn hoofd en ik denk aan de twee nauwe trappen in mijn eigen huis. De trappen waar je al met de grootste moeite een kartonnen doos omhoog kan dragen. Ik wend me tot de verkoopster en zeg: “Ik ben helemaal vergeten geld te pinnen, dus ik moet zo even naar het winkelcentrum rennen om het je contant te kunnen betalen.” Zij stelt voor dat ik dat meteen even doe en ik zet het op een lopen richting de dichtstbijzijnde ING-automaat. Als ik omkijk, zie ik nog net hoe twee mannen en een jongetje van zes mijn loodzware verantwoordelijkheid in de aanhanger tillen.

Op de terugweg proberen we een plan te smeden dat nog enigszins logisch is in deze chaos. Sinterklaas heeft de reistijd voor de terugweg inmiddels verdubbeld en het is onmogelijk om de aanhangwagen nog op tijd terug te brengen. Schuldbewust bericht ik Bart zijn vriendin dat hij niet op tijd zal zijn voor het eten en lees de huurovereenkomst voor de aanhangwagen nog eens: ‘Indien de aanhanger te laat wordt teruggebracht zijn wij genoodzaakt een volledige huurtermijn in rekening te brengen’. Ik denk aan de €175 borg die ik heb moeten betalen en vraag me af hoeveel een huurtermijn kost. “Ok”, begin ik, “we rijden naar mijn huis, zetten de kast gewoon buiten op straat, brengen de aanhangwagen weg en dan ga ik me daarna pas zorgen maken over hoe ik dat ding in vredesnaam boven ga krijgen”.

Uiterst attent en vriendelijk glimlachend informeer ik naar de Sinterklaasplannen van iedere Hornbach-medewerker die ik tegenkom in de hoop dat de kosten voor de late terugkeer zullen meevallen.

Om zes uur, drie uur nadat we vertrokken bij de Hornbach, keren we er weer terug. Uiterst attent en vriendelijk glimlachend informeer ik naar de Sinterklaasplannen van iedere Hornbach-medewerker die ik tegenkom in de hoop dat de kosten voor de late terugkeer zullen meevallen. Na vier euro te hebben afgerekend stap ik tevreden in de auto. Nu de kast nog. Ik ontsla Bart van alle verdere verplichtingen, in de hoop dat Bas de ultieme oplossing voor mijn gestrande meubelstuk heeft. Als een meubelmaker de kast niet kan helpen demonteren, dan kan niemand het.

Een half afgezaagde kast met sterke omageur. Daar doe je het dan toch uiteindelijk allemaal voor.

Om half acht ’s avonds bij een temperatuur van -2 graden Celsius, staren we naar de monsterlijke kast op de stoeprand. Bas heeft er net een volle dag boomsnoeien in Den Haag opzitten en is buitengewoon gelukkig met de onverwachte verrassing die ik heb georganiseerd. Ik overweeg nog even de kast cadeau te doen aan de willekeurige gewillige voorbijganger, maar we besluiten hem toch de eerste trap op naar boven te tillen. Daarna zal hij echt uit elkaar moeten worden gehaald, want de tweede trap zal hij zeker niet redden, maar binnen is het in ieder geval warm.  Ik had wellicht kunnen weten dat mijn inschattingsvermogen niet in topconditie was die dag, maar na tien minuten zwoegen stuiten we bovenaan de trap op het volgende probleem. De kast past niet door de deur naar de woonkamer en blokkeert nu op die ene vierkante meter bovenaan de trap op alle mogelijke manieren de toegang tot het huis.

img_1965kast verhuizen

 

 

 

 

 

 

Matig getroost door een diepvriespizza, zaagt Bas de sierboog van de bovenkant van de kast af, terwijl ik een bericht van de verkoper ontvang. “Is de kast goed overgekomen?” Ik kijk naar het verloren stuk versiersel op de grond en denk aan de overleden oma van de verkoper. Ik weet niets terug te sturen. Een uur later, om negen uur ‘s avonds staat de kast, minus sierboog, in volle glorie opgetuigd op mijn slaapkamer. Ik kijk een tijdje en adem diep in. Een half afgezaagde kast met sterke omageur. Daar doe je het dan uiteindelijk allemaal voor.

De brute realiteit die Parship heet

Een paar dagen geleden belandde ik op de website Parship. Niet om wanhopig zoekende redenen, maar puur vanuit een soort antropologische interesse (jaja, zoals iedereen dus). Maar vooral omdat ik door een vriendin gewezen werd op de persoonlijkheidstest die je moet afleggen voordat je het koninkrijk der begeerlijke Parshipvrijgezellen mag betreden. Ik ben dol op persoonlijkheidstesten en het liefst test ik mijn assertiviteit, empathie en innerlijke gevoelsleven iedere dag, maar na de Parship-test is mijn wereld ingestort. Wat blijkt plotseling? Ik heb geen verstand!

Mijn hele leven al heb ik mezelf gezien als een rationeel persoon. Alles wat ik voel kan ik logisch beredeneren en uitleggen of negeren als ik dat noodzakelijk acht. Mensen die dat niet kunnen heb ik dan ook over het algemeen beschouwd als treurige hormoongestuurde vrouwen, ook als het mannen waren. Ik ontken daarbij niet dat zelfs ik gevoelens en emoties heb. Gelukkig wel. Maar die komen er bij mij niet uit zonder een zorgvuldige denklaag eroverheen. Mijn zogenaamde rationele gevoel. Met dat rationele gevoel behoorde ik naar mijn idee toch wel tot de elite van het menselijke ras. Als iedereen zijn gevoelens zo kon rationaliseren en kanaliseren zoals ik, dan zou de wereld toch zeker wel een mooiere plek zijn!

Nou dankjewel Parship voor het bruut laten exploderen van mijn droombubbel. De resultaten, na het invullen van 837 pareltjes van vragen en plaatjes, laten er geen twijfel over bestaan. Ze proberen het nog mooi te verpakken, maar het is duidelijk. Ik heb 0% verstand. Ik quote:

‘U hebt vaak de neiging rationele overwegingen uit te sluiten (slechts (0% verstand) en volledig op uw gevoel en intuïtie te vertrouwen. Dat kan ertoe leiden dat u bij het nemen van beslissingen soms belangrijke feiten over het hoofd ziet.’

Naast deze donderslag, doe ik nog een aantal pijnlijke ontdekkingen over mezelf:

Het gaat u gemakkelijk af de man aan uw zijde te tonen hoeveel u van hem houdt. ‘

‘U kunt het beste uitkijken naar een partner die net zoveel dynamiek heeft als u, maar die er wat minder moeite mee heeft zichzelf – en misschien ook u – af en toe af te remmen en die niet direct tegen iedereen over zijn gevoelens uitweidt.’

Hoewel deze laatste constatering me tot diep in mijn ziel raakt, is deze blog wellicht al het bewijs dat ik inderdaad de behoefte voel om tegen iedereen over mijn gevoelens uit te weiden. Maar met mijn 0% verstand ga ik daar zeker niet verder over nadenken.

Gelukkig maakt het NTHZ5FK4 (Overheid, 33) allemaal niet uit. Hij weet helemaal niets over me, maar accepteert me gewoon zoals ik ben. Ook dat is Parship. Hij heeft me zelfs meteen zijn emailadres gegeven, zodat we samen die keiharde Parshipwereld kunnen verlaten. Toch mooi. Zeker een kleine pleister op de wond.

Ingesopt spettergeluk voor beginners

Je hoort en leest het overal. Je bent zo gelukkig als je je zelf maakt. Hoewel dat wellicht ook mijn persoonlijke interpretatie van de waarheid is ben ik ervan overtuigd dat het tot op zekere hoogte zo werkt. Ik snap heus wel dat er randvoorwaarden zijn die moeilijker te beïnvloeden zijn. Je kan ziek zijn of problemen hebben of je kan simpelweg van nature depressieve gevoelens hebben. Maar ik weet zeker dat één ding werkt. Dansen onder de douche.

Ik hoor je al denken.. Bedoel je niet zingen onder de douche? Nee! Zingen onder de douche is zo 1989. Tegen de tijd dat ik kon lopen deed niemand dat al meer. Hoewel ik daar natuurlijk weinig over kan zeggen, want ik sta niet met iedereen onder de douche. Gelukkig maar, want dat dansen onder de douche vergt wel een beetje bewegingsruimte. De gemiddelde douchecabine is er al minder geschikt voor. Eén keer je arm enthousiast door zo’n glazen ruitje duwen, zou je mening over dansen onder de douche al ernstig in negatieve zin kunnen beïnvloeden. Een antislipmatje is overigens ook geen overbodige luxe om voor de hand liggende redenen.

Dus.. men neme gewoon zo’n lekker ouderwetse douche met een kleurig bloemengordijntje en een flinke antislipmat (de veiligheid van twee losse aansluitende antislipmatten is nog onvoldoende getest). Men neme een radio. Dit kan een ouderwetse transistorradio zijn, maar dit mag uiteraard ook de Spotify-applicatie op je nieuwe iPhone5 zijn. Nu komt het belangrijkste: je tijd onder de douche is om milieuredenen uitermate kort, dus het is van groot belang om dat perfecte liedje voor de gelegenheid te selecteren. Kies een nummer met een goede belachelijkheidsfactor, zodat zelfs zonder een enkele heupbeweging je al stiekem om jezelf moet lachen. Mijn persoonlijke favoriet is: ‘Rick Astley – Never gonna give you up’.

Zie je het al voor je? Voordat het refrein begint sop je snel de shampoo in je haar en zodra Rick je begint te beloven dat hij je nooit op zal geven , start jij je dansje in. Afhankelijk van het oordopgebruik van je huisgenoten, mag je er zelfs bij klappen. Daar sta je dan in volle ingezeepte glorie je lichaam heen en weer te zwabberen onder de douche. Zodra het nummer is afgelopen en je klaar bent met als een jonge labrador om je heen te spetteren, moet je gegarandeerd om jezelf lachen. Dit geluk pakt niemand je meer af en het enige wat je hoeft te doen wanneer je later op de dag een rotmoment hebt is terugdenken aan je douchedansje. Succes verzekerd!

Rick Astley – Never gonna give you up

Tijd voor een plaatselijke drooglegging

Ik vind het wel wat. Zo van het ene op het andere moment je leven omgooien. Het ene moment ben je nog aan het browsen op Hostelworld.com naar dat ene hostel met zwembad in Panama City en het volgende moment ben je brieven in 14-voud aan het sturen naar een woongroep met vier kippen in Utrecht-Noord. Het heeft ook zo’n impact op je leven, dat je voor het gemak maar in één moeite door al je gebruiken en gewoonten onder de loep neemt. Nu ben ik best gelukkig met mezelf, maar nu ik dan toch besloten heb om wat van mijn leven te maken, moet ik toch bekennen dat ik een probleem heb: ik ben een sociaal alcoholist.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet zo’n type dat iedere avond ladderzat over de geparkeerde fietsen struikelt, maar ik heb zo mijn bewuste en onbewuste momenten waarop ik mezelf in mindere mate onder controle heb. De bewuste momenten zijn altijd het gevolg van een paar dagen hard werken en vroom leven. Het begint altijd als een klein kriebeltje, maar het mondt uit in een onbedwingbare behoefte om me te misdragen. En die behoefte uit zich onherroepelijk in liters bier en verdwaalde tequilashots, waarna ik me minstens twee dagen onproductief en ernstig verontreinigd voel. Het welbekende ‘ikdrinknooitmeer-gevoel’ heb ik daarbij niet eens. Ik weet wel beter.

Maar ik schaam me wellicht nog meer voor mijn onbewuste alcoholisme. Nietsvermoedend ga ik dan een drankje drinken met vrienden. Lekker thee of een vruchtensapje. Lekker kneuterig, want ik zit in zo’n fijne productieve flow die ik niet wil verstoren. En dan geheel onverwacht bestelt die zogenaamde vriend quasi-onschuldig ‘een biertje’. Ik heb mezelf nooit gezien op zo’n moment, maar ik stel me zo voor dat mijn pupillen verwijden, mijn mond een klein beetje openvalt en een klein druppeltje kwijl uit mijn mondhoek op tafel druppelt. Ik kan er niets aan doen, maar dan moet ik ook bier drinken. In de 12 jaar als sociaal alcoholist die ik er reeds op heb zitten, kan ik me niet herinneren dat ik ooit fris heb gedronken, terwijl een ander ‘gezellig’ was.

Als ik mijn verslaving moet herleiden naar een oorzaak, dan zou ik mijn vader de schuld geven. In onze familie hoor je er eigenlijk niet bij als je niet op vrijdagavond het weekend inluidt met een alcoholische versnapering. Ik heb nooit veel kritiek van mijn vader gekregen op mijn schoolwerk of mijn carrièrekeuzes, maar als ik op een vrijdag- of zaterdagavond niet ‘gezellig’ ben, dan is het huis te klein.

Ik start daarom nu een testfase. Februari is een korte maand, dus perfect om te experimenteren met een kleine plaatselijke drooglegging. Houd ik het vol of ga ik kansloos ten onder aan mezelf? Laat de ongepaste weddenschappen maar komen..

Simple uncomplicated Cuban fun

And then all fun times come to an end and I am at the airport again. I feel like I should sit down and have a serious talk with the airport, because we are starting to have a little love/hate-relationship. I hate it for leaving and I love it for going.

But I absolutely love it for being my gateway to Cuba! Cuba is going to be simple, uncomplicated fun with my Dutch friend. Besides her, my interest in the human species has sunken below zero. I have no desire to meet new people, make friends or built relationships, just to say goodbye and get on another plane again.

But life is always pigheaded, so when I unsuspectingly sit down on a random empty chair during communal dinner at a hostel in Havana, I am fucked once again.

It all started with my uncontrollable urge to stare at people’s food. I can’t help it. It just happens. But then obviously you have to talk about that with the eater and before you know it, you have a really good talk about absolutely nothing and everything et voilà: you have made a new best friend.

But still. This guy is a two meter tall black basketball player type of guy with a good steady job and a shameless love for hip-hop and soul. Definitely not my type. My type seems to be the skinny white basket case type of guy, with no job and a shameless love for illegal substances. So I’m not worried.

The plan for the night is to go to a fancy club with supposedly a very good live band. It all sounds very sophisticated. Not really my style, but it is a group thing, so I simply go with group pressure and reluctantly pay a 15 CUC entrance fee. When I enter the building I have high expectations for the night. When I turn the corner into the main area, my expectations come tumbling down.

My worst nightmare: A room full of women. Women in short tight dresses and meter-high heels. All girls in the room pretty much look like prostitutes. After a short analysis I realize that I am the only female wearing pants. A little bit frightened by my surroundings I order a drink. I get a very sophisticated can of beer and I lean against the bar to soak up my environment.

The world inside Casa de la Musica is turned upside down. The women are definitely the predators and the few guys in the room seem somewhat intimidated. And they should be. These women are professionals and competition is brutal, so they have to be aggressive. The upside to the situation is that it is a carefree night for us regular girls.

At least it is, until my new basketball friend Alpha is joining the group, for a lovely night of abundant prostitution. And without realizing, I automatically become the brave protector of his honor. A human shield against overly submissive women. So, it’s obviously not my fault when I end up kissing him. I am just being a hero. Or maybe I am just the cheapest girl in the room.

Whatever the reason, my night ends pretty good on the Malecón wall in Havana, looking out over the sea. I am feeling comfortably messed up, so when Alpha proposes to move to his hotel room, I am leaning very much towards yes. But I vaguely remember being someone else’s girlfriend, only three days ago, about 4000 km from here, so I politely decline. But time and place can play weird tricks on your mind and simple uncomplicated Cuban fun is definitely kicking in.

Ze zeggen dat het normaal is

Iedere ochtend als de wekker gaat om 8 uur flitst dezelfde gedachte weer door mijn hoofd. Hopelijk vandaag niet. Als ik de trap afloop, word ik enthousiast begroet door onze 7-jarige chocoladebruine labrador Zep. Ik stel het moment nog even uit. Sommige dingen kun je gewoon niet zien als je pas 10 minuten wakker bent. Als het half 9 is en Zep subtiel haar voorpoot op mijn been legt, weet ik dat ik het onvermijdelijke niet langer uit kan stellen. Ik moet haar uitlaten. Dat lijkt misschien onschuldig en alledaags, maar Zep draagt een afschuwelijk geheim met zich mee. Zep eet poep.

Zep beseft zelf ook dat het weerzinwekkend en ontoelaatbaar is, maar het is een verslaving die ze duidelijk niet meer onder controle heeft. Ook weet ze, zoals typerend voor elke verslaafde, haar afstotelijke gedrag vakkundig te verbergen. Een nietsvermoedende voorbijganger zal het niet direct opvallen, maar zodr a ze denkt dat niemand kijkt, hapt ze vol overgave in een berg keutels.

Ik herken die blik uit duizenden, als ze met haar snuit vol poep schuldbewust mijn kant opkijkt. Ze weet het. Ze schaamt zich, net zoals ik. Want waarom eet ze poep? Geven we haar niet genoeg eten? Is het een schreeuw om aandacht? Wat zullen mensen van mij denken als ze Zep haar drollenontbijt zien verorberen? Dat we haar verwaarlozen? Misschien wel dat we zelf het slechte voorbeeld geven!

Ze zeggen dat het normaal is. Het heeft zelfs een wetenschappelijke naam, zo normaal is het. Coprofagie, naar het Oud-Griekse kopros voor ontlasting (aldus Wikipedia) . Vraatzucht of imitatiegedrag ligt ten grondslag aan de drollenpret en labradors zijn hier bovengemiddeld vaak het slachtoffer van.

Iedere dag is een strijd, maar langzaam maar zeker leren we er mee leven. We doen nog steeds alles om Zep te helpen, maar we proberen haar te zien als meer dan een vies poepmonster. Momenteel krijgt ze een zeewierdieet en als dat niet aanslaat, zullen wij opnieuw een serieus gesprek van mens tot hond met haar aangaan.

We halen een schamele troost uit het idee dat we niet alleen staan en in de nabije toekomst hopen we een Coprofagiestichting op te richten, om meer aandacht te vragen voor deze stinkende problematiek. De wetenschap omtrent dit onderwerp staat nog in zijn kinderschoenen en de eerste stap zal het doorbreken van de taboesfeer zijn. Tot die tijd zullen wij de dagelijkse walk of shame met Zep trotseren.

Over hoe the Rolling Stones mijn wereldreis annuleerden

Het is alweer bijna een week geleden. De zaterdag dat ik naar Panama City zou vertrekken voor deel twee van mijn wispelturige, flexibele, ongeplande wereldreis. Al twee weken lang zat ik met mijn hoofd op een zeilschip op de Caribische Zee tussen Panama en Colombia. Als ik mijn ogen dichtdeed kon ik de zeeschildpadden en tropische vissen al tellen. Ik kon niet wachten totdat ik mijn wintersjaal en gebreide sokken weer kon verruilen voor mijn bikini en teenslippers.

En toen gebeurde er iets opmerkelijks. Heel zachtjes in mijn achterhoofd begon een liedje te spelen. Het duurde misschien een paar dagen voordat ik het liedje hoorde, maar toen ik het hoorde, herkende ik het meteen. Het was ‘Ruby Tuesday’ van The Rolling Stones. Nu ben ik zo iemand, die nooit naar songteksten luistert, maar toen The Rolling Stones voor de 34e keer Ruby’s levensverhaal inzetten, begon ik te luisteren.

Don’t question why she needs to be so free
She’ll tell you it’s the only way to be
She just can’t be chained

Plotseling voelde ik me een beetje Ruby Tuesday. Waarom was ik zo rusteloos en moest ik altijd maar weer in mijn eentje op reis?

There’s no time to lose, I heard her say
Catch your dreams before they slip away
Dying all the time
Lose your dreams
And you will lose your mind
Ain’t life unkind?

Mijn drang naar avontuur en te willen leven. Mijn angst mijn tijd te verspillen aan de sleur van alledag. Misschien was ik wel een Ruby Tuesday? Maar waarom had ik het gevoel dat het niet goed afloopt met de Ruby Tuesdays van deze wereld? Misschien omdat The Rolling Stones weinig nummers hebben geschreven over regenbogen, huppelende konijntjes en ze leefden nog lang en gelukkig.

Toen kwam het grote besluit. Wellicht was het goed om ‘Ruby Tuesday’ een poosje in de ijskast te parkeren. Ik annuleerde mijn vlucht, schreef me in als ingezetene van het Koninkrijk der Nederlanden en sloot een zorgverzekering af.

‘Goodbye Ruby Tuesday’

Ik schaam me wel een beetje voor de invloed van The Rolling Stones op mijn geestesgesteldheid. Ik denk dat ik van geluk mag spreken dat ‘Ruby Tuesday’ tussen mijn oren rondzoemde en niet ‘Brown sugar’. Voor je het weet krijg je een kersverse heroïneverslaving toebezongen.

The Rolling Stones – Ruby Tuesday

The Rolling Stones – Brown Sugar

Burning Man: De chaos van een parallel universum

San Francisco. De eerste dag was een klein beetje stressen, maar blijkbaar moet je geluk toch echt afdwingen. Status dag 2:

1. De start van een glansrijke carrière in hostelhousekeeping.
2. Een betaalbaar bed voor de komende maand
3. Een vriendje, die ene die ik de hele tijd al wilde
4. En.. KAARTJE VOOR BURNING MAN!

Volledig naïef en onvoorbereid, weet ik nota bene via Marktplaats het kaartje te bemachtigen. En ik mag mee met Pjotr en Jimmy. Nou ja, zij mogen met mij mee. Jimmy woont 90% van de tijd in een lsd/marihuana/belachelijk groot ego-geïnspireerde alternatieve werkelijkheid en heeft bovendien geen rijbewijs. Pjotr registreert liever nergens zijn naam, vanwege zijn illegale verblijfsstatus. Dus ik huur een auto: een prachtige Ford Focus, of soortgelijke auto. Bij het ophalen van de auto, besluiten we toch Pjotr als extra automobilist te registreren, omdat de gedachte aan het besturen van een auto in zijn algemeenheid en het besturen van een auto vol recreatieve substanties in het bijzonder, me toch wel de zenuwen bezorgt.

De volgende uitdaging zijn de boodschappen. Wat neem je mee op een 8-daagse kampeertrip in de woestijn? Er zijn uiteraard een aantal richtlijnen, zoals een stofbril, zonnebrandcreme en 5 liter water per dag per persoon. Ik heb me nooit een voorstelling proberen te maken van hoe 150 liter water eruitziet, maar ik en mijn Ford Focus zijn er behoorlijk van onder de indruk. Na daar een willekeurige hoeveelheid blikgroenten, knakworsten, noodles, bier, flessen wodka en willekeurige kampeerspullen aan toegevoegd te hebben, kijk ik tevreden met mijn benen op het dashboard uit over de oneindige Interstate richting Reno.

Nadat ik ook Reno af heb kunnen strepen van mijn ‘plaatsen waar ik nooit heen heb gewild, maar toch door toeval beland ben’-lijstje komen we eindelijk aan op Burning Man. Hoewel het gevoel van enthousiaste anticipatie veruit de boventoon voert, maak ik me ook een klein beetje zorgen. Niet over het overleven in een stoffig maanlandschap en ook niet over het feit dat ik een week lang niet kan douchen en toch met mijn net ontdekte liefde iedere nacht een tent mag delen. Ik maak me zorgen over mijn bijdrage aan de Burning Man-filosofie. Burning Man draait om samen alles eerlijk delen. Geld speelt op een kleine uitzondering daargelaten geen rol en iedereen deelt belangeloos zijn kunst, muziek, pannenkoeken, cocktails, tepelversieringen (speciaal van dikke, grijze, zwetende mannen voor wulpse, begeerlijke, jonge vrouwen) en ondergoedverzameling.

Ergens raak ik volledig in de war van deze gulle filosofie. Ik heb de afgelopen twee maanden geleefd op een budget van € 25 per dag, waarbij ik soms liever een maaltijd oversloeg dan meer dan € 25 uitgaf. Alle Burners lijken echter inkopen te hebben gedaan voor zichzelf, eventuele noodgevallen en de volledige Burning Man-populatie. Je moet best een rijke hippie zijn om bovenop je $400-entreekaartje aan deze overdaad mee te kunnen werken. Wellicht ben ik al te ver verkapitaliseerd en geïndividualiseert voor deze filosofie, maar ik voel me best comfortabel bij het betalen voor wat ik nodig heb. Dat betekent niet dat ik geen goed gevoel krijg bij het geven en krijgen van dingen. Maar wat moet ik nou precies met een in de vorm van het Burning Man-logo gecreëerd zaadje waar ik een onbekende plant mee kan groeien? En superlekker die gratis wafel, maar ik heb eigenlijk niet eens honger. Wat al deze dingen vooral bij me oproepen is een schuldgevoel over mijn gebrek aan voorbereiding en grote voorraad aan weg te geven spullen die niemand nodig heeft. Eén plek maakt me daarom iedere dag op Burning Man erg gelukkig. De plek waar ik mag betalen voor mijn koffie en zonder schuldgevoel op een kussen mag zitten.

En toch is ook mijn unheimische gevoel fantastisch. Hoe vaak krijg je de kans om een week lang in een parallel universum te mogen wonen, waar de regels volledig anders zijn en je het moet stellen zonder gemakken als stromend water en stofloze onderbroeken? Met kunst en expressiviteit overal waar je kijkt in een oneindig grote woestijn met een tijdelijke populatie van ’s werelds mooiste, ziekste, afwijkendste, meest drugsgemanipuleerde mensen. Het geeft je op zijn minst iets om over na te denken en het bezorgt zelfs menigeen een kleine psychose of ideniteitscrisis.

Burning Man eindigt voor Pjotr, Jimmy en mij in een Burning Man-waardig drama. Na een week van oplopende spanningen tussen Pjotr en Jimmy heeft Pjotr een besluit genomen. Jimmy mag nieuwe woestijnvrienden maken om mee naar huis te rijden. Ondanks gematigde protesten van mij en hevige protesten van Jimmy, staat zijn besluit vast. Een paar uur later rijden we weg zonder Jimmy en tot overmaat van ramp rijdt Pjotr semi-per ongeluk over Jimmy’s in de woestijnberm geparkeerde spullen heen. Met enige schaamte moet ik vaststellen dat Jimmy gelukkig waarschijnlijk net even aan het poepen is en Pjotr rijdt snel het kampeerterrein af.

Dat was Burning Man. Ik ben moe en voldaan en blij dat Jimmy niet achterin de auto zit. Terwijl de zon ondergaat rijden we de woestijn uit terug richting beschaving. Als na een paar uur de autoradio weer een frequentie vindt, klinkt ‘Free bird’ van Lynyrd Skynyrd door de speakers. Grijnzend moet ik vaststellen dat het leven niet heel veel beter wordt dan dit..

I am sorry for the noise last night

Oh, had ik nog niet verteld over hoe ik in juni verliefd ben geworden op San Francisco? Op de Golden Gate Brigde en het Golden Gate Park. Op koffie drinken in North Beach en vintage jurken passen in Haight Ashbury. En op een willekeurige Pools-Franse kunstenaar die BH’s achter de wasmachine vandaan viste tijdens zijn laundryshift in mijn hostel op de hoek van Post en Taylor Street.

Het begon allemaal op een pijnlijke woensdagmorgen.

Langzaam kom ik weer bij uit een kleine zelfontworpen coma en realiseer me dat ik met mijn regenjas nog aan in één van de bovenste stapelbedden in Room 5 lig. Het is gelukkig mijn eigen bed, hoewel ik geen flauw idee heb hoe en wanneer ik er die nacht beland ben. Bij nadere inspectie van mijn omgeving ontdek ik een zorgvuldig geplaatst chocolaatje met een briefje aan mijn voeteneinde. Verbaasd vouw ik het briefje open:

I am sorry for the noise last night’

Nu word ik toch enigszins nieuwsgierig en vragend laat ik het briefje aan mijn kamergenoten zien. Hebben jullie iets gehoord? Drie meisjes kijken me verontwaardigd aan en het is duidelijk dat ik iets gemist heb. Na 10 minuten ben ik volledig bijgepraat. Rond 2 uur die nacht kwam een Argentijns meisje de kamer binnen, gevolgd door een identiteitloze jongen. Samen stortten ze zich allesbehalve subtiel op haar bed en enkele seconden later is hun enthousiasme dermate hoorbaar dat iedereen met een alcoholpromillage onder de 2‰ wakker is. Met een aan agressie grenzende vastberadenheid schijnt de jongen uit de kamer te zijn gejaagd en de vertellende meisjes zijn duidelijk nog steeds allesbehalve vergevingsgezind. Ik betuig mijn oprechte medeleven en spreek schande van het gehele voorval en verlaat de kamer voordat ik in de lach schiet.

Die middag besluit ik een gesprek aan te knopen met een Pools-Franse die op mijn eerste hosteldag mijn bordje kwam afwassen en die ik sindsdien iedere ochtend lakens zie opvouwen terwijl ik mijn ontbijtboterhammen nuttig. Hij stelt zich voor als Mysterious Eagle (maar laat ik hem vanaf nu Pjotr noemen) en ik vraag hem of ik dat voor het gemak ook af kan korten en zo raken we drie uur lang in gesprek. We blijken allebei die avond naar hetzelfde strandfeest te gaan en besluiten logischerwijs dat we samen gaan en een fles rum delen.

Wachtend op alle strandgangers staan we een paar uur later in de lounge van het hostel, waar mijn Argentijnse kamergenoot nog alleraardigst informeert of ik haar chocola gevonden heb. Ik verzeker haar dat ik geen last van haar heb gehad en begin grijnzend in geuren en kleuren het verhaal aan mijn gezelschap voor die avond te vertellen. Nog voordat mijn verhaal ten einde is, begint een derde jongen te hyperventileren van het lachen en weet uit te brengen dat hij precies weet wie die nacht in Room 5 is geweest. Het duurt even voordat ik me realiseer wat hij bedoelt, maar zodra ik het schuldbewuste gezicht van Pjotr zie is het me plotseling volledig duidelijk.

Daar sta ik dan met mijn fles rum en mijn vroegtijdig gestorven romance. Mijn ego lijkt weinig interesse te hebben in een jongen die blijkbaar de vorige nacht al in mijn kamer lag, maar ik weet niet zeker of mijn hormonen ook al overtuigd zijn. Ook kan ik er eigenlijk best de humor van inzien en al gauw beschuldig ik Pjotr van een stiekeme Room 5-fetisj, waar ik toch zeker niet aan mee ga werken. Zodra echter ook de rum zich er ook mee gaat bemoeien, besef ik me dat mijn ego het van mijn hormonen gaat verliezen. Per slot van rekening heeft het allemaal niets met mij te maken, dus waarom zou ik er onder moeten lijden?

Vijf heftig kleffe dagen later sta ik verliefd en verdrietig op het vliegveld. Zestig Mexicaanse dagen later sta ik verliefd en gestoord opnieuw op hetzelfde vliegveld. Wat heb ik te verliezen? Ik heb alle tijd van de wereld en mijn ego had ik toch al het zwijgen opgelegd.