Een stukje naakte troost voor hete kantoordagen

Spreid de gekte!

Lachend duw ik mijn helm van mijn hoofd. Het is 26 graden, een doodnormale woensdag en ik ben uitgenodigd voor een potje zwemmen, zonnen en spelletjes spelen langs de Nederrijn. Ik ken niemand van de genodigden, maar dat lijkt me een simpele kwestie van tijd. Vol goede zin loop ik met mijn armen vol helm en motorpak de geïnstrueerde weg vanaf de parkeerplaats naar de rivier. Terwijl ik me op mijn blote voeten een veilige weg door de brandnetels baan, valt me iets op. De stipjes aan het water in de verte ontpoppen zich langzaam tot naakte figuurtjes. Geen sexy bikini’s of vrolijke zwembroeken. Gewoon naakt. Heel natuurlijk normaal naakt. Oké, denk ik. Niet helemaal wat ik me had voorgesteld bij jeux de boules, maar wat maakt het uit?

‘Hey hallo, hoe is het hier?’ In mijn verbeelding echoot mijn stem over het water en ik leg met een overdreven zorgvuldigheid mijn spullen in het gras. De meesten lijken me niet te zien, wat uiteraard ook moeilijk is als je met je ogen dicht in innige omhelzingen verwikkeld bent. Dankzij de adrenaline door de motortocht en licht ongemak begin ik te ratelen tegen de organisator van het zonnige rivierfestijn. ‘Wat leuk je weer te zien, wat lang geleden, wat een mooie plek hier, hoe gaat het met je?’ Mijn spraakwaterval lijkt mijn aanwezigheid verraden te hebben en een naakt lichaam drukt zich begroetend met gespreide armen tegen me aan. Ik besef dat ik toch meer een woordenmens ben, maar beantwoord de omhelzing met alles wat ik in me heb.

Terwijl ik mijn kleedje op het gras spreid en open en bloot mijn kleding en ondergoed verwissel voor een bikini, voel ik me preuts. Waarom mogen deze mensen mijn naakte lichaam wel zien, maar niet langer dan een paar seconde? Is dat flauw? Kinderachtig? In de sauna ben ik toch ook naakt? Waarom nu niet hier bij deze mensen? Terwijl de vragen zonder antwoorden door mijn hoofd spoken, dartelt de rest de rivier in. Met de eerste enthousiaste schreeuw, vliegt ook de eerste modder in het rond en voordat ik het weet smeren de bloteriken elkaar in met Nederrijnse rivierklei. Demonstratief pak ik mijn zonnebrandcrème en begin ook te smeren. Heel normaal. Je moet elkaar gewoon laten en accepteren, vertel ik mezelf, terwijl ik mijn ogen sluit en de zon zijn effect op mijn overbedekte lijf laat hebben.

Niet veel later vleit iedereen neer op het grote gemeenschappelijke kleed en ook ik richt me weer op. Ik ben al een vreemde eend in de bijt. Nu iedereen zit, kan ik op zijn minst een beetje sociaal doen. Nonchalant pak ik een appel, terwijl het meisje tegenover mij zich in een comfortabele kleermakerszit op een bak salade stort. Ik herinner me dat ik nog nooit in mijn leven gynaecoloog heb willen worden en bestraf mezelf onmiddellijk voor die gedachte. Ze heeft per slot van rekening haar best gedaan verhullend te zijn door haar relatie met het scheermes op te schorten. Waarom besteed ik zelf eigenlijk nog tijd en geld aan het bestrijden van moeder natuur?

Hopend op een gesprek, maar hopeloos vervreemd van mogelijke onderwerpen, kijk ik naar het stelletje dat vervlochten onder een lakentje op het groepskleed ligt. Iedere halve minuut ontsnapt een tevreden kreun of zucht uit hun intieme wereld. Niemand vindt dat gek. Zuchten met zoveel mogelijk geluid en lichaamsactiviteit lijkt van levensbelang vandaag. Alles is natuur. Een gesprek komt niet op gang, maar als de gitaren gestemd zijn blijkt dat het de bedoeling is dat we allemaal meezingen. Heel even stijg ik tijdens een eeuwig repeterend mantra op uit mijn lichaam om de situatie te beschouwen. Wie had dit voor mogelijk gehouden op het Gelderse platteland? Mijn verwondering wordt kracht bij gezet door een dame die in zichtbare extase opstaat en pardoes het Zwanenmeer in volledige perfectie uitvoert. Haar modderige grande jeté doet me duizelen en ik besluit mijn ogen eventjes weer te sluiten.

Mijn gedachten razen voort, maar worden plotseling weggeblazen door een harde wind. Nog voordat ik mijn ogen open kan doen, hoor ik mijn vrees uitgesproken: ‘Liet je nou een scheet op haar hoofd?’ Licht ontdaan kijk ik op en zie twee ronde billen op nog geen halve meter afstand. Het meisje op haar knieën naast mij, lijkt het probleem niet te begrijpen. Winden, boeren, zuchten, kreunen, wollige vagina’s en zwabberende piemels. Allemaal natuurlijk. In tegenstelling tot zonnebrandcrème, daar zitten zoveel chemicaliën in dat je beter ter plekke weg kan fikken. In schril contrast tot mijn lichte verontwaardiging hoor ik mezelf zeggen: ‘Ach die scheet… Nou ja, het waait toch.’

Mijn woorden herhalen zich nog een paar keer in mijn hoofd, terwijl ik langzaam mijn spullen begin in te pakken. Mijn hypertolerantie voor alles wat mij vreemd is, heeft zijn grenzen bereikt. Ik heb zojuist iemand die in mijn gezicht scheet, geëxcuseerd met de natuurlijke luchtbeweging van de atmosfeer. Tijd om te gaan. Ik zwaai mijn riviergezelschap gedag en wurm me ondanks de hoge temperaturen in mijn allesbedekkende dikke leren motorpak. Als ik mijn motor over de dijk naar veiligere oorden stuur, ben ik toch content met dit laatste avontuur. Voortaan wanneer ik met hoge temperaturen in een suf kantoor tekstjes typ, kan ik troost vinden in de wetenschap dat ergens in Nederland blote hippies langs de rivier dansen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *